Mackenheim, Église Saint-Etienne

Foto: Gzen92, CC-BY-SA 4.0 (Wikimedia Commons)

Heinrich Koulen & Sohn bouwde in 1873 een nieuw orgel voor de Église Saint-Etienne in Mackenheim. Hiervan bleef alleen de neogotische kas bewaard. E.-A. Roethinger verving het binnenwerk in 1950 door een nieuw elektro-pneumatisch membraanladen-orgel met 25 stemmen, 2 manualen en een vrij pedaal van de firma Roethinger. Yves Koenig restaureerde het instrument in 2012. Het orgel werd op 21 oktober 2012 weer in gebruik genomen. Het is bij deze gelegenheid bespeeld door Marc Baumann.

Dispositie:

GRAND ORGUE (C-g3): 56 TOETSEN Bourdon 16′, Montre 8′, Bourdon 8′, Salicional 8′, Prestant 4′, Nazard 2 2/3′, Cornet 4 rangs, Trompette 8′.
RÉCIT EXPRESSIF (C-g3): 56 TOETSEN Diapason 8′, Flûte 8′, Viole de Gambe 8′, Voix Céleste 8′, Flûte Octaviante 4′, Nazard 2 2/3′, Quarte de Nazard 2′, Tierce 1 3/5′, Cymbale 3-4 rangs, Basson-Hautbois 8′, Trompette 8′, Clairon 4′, Trémolo.
PÉDALE (C-f1): 30 TOETSEN Flûte 16′, Soubasse 16′, Flûte 8′, Flûte 4′, Bombarde 16′.
KOPPELINGEN: Accouplement du Récit au Grand Orgue, Accouplement du Récit au Grand Orgue en 16′, Accouplement du Récit au Grand Orgue en 4′, Tirasse Grand Orgue, Tirasse Récit.