Mâcon, Église Saint-Pierre, Hoofdorgel

Foto’s: Bram Luteyn © 2019

‘Het orgel in de Église Saint-Pierre in Mâcon (Saône-et-Loire (71)) is in 1842 gebouwd door de firma Daublaine & Callinet. Het werd nooit voltooid: er is een Récit gepland met tien stemmen, dat niet is geplaatst. In 1899 werd aan het orgel gewerkt door Charles-Didier Van Caster en in 1933 door de firma Michel-Merklin-Kühn. In 1974 en 1988 volgden restauraties door Jean Dunand. Het sleepladen-orgel heeft mechanische toetstractuur en elektrische registertractuur.

Dispositie:

Grand Orgue: C – g3 Montre 16′, Montre 8′, Bourdon 8′, Flûte Harmonique 8′, Gros Nazard 5 1/3′, Prestant 4′, Flûte Ouverte 4′, Grande Tierce 3 1/5′, Doublette 2′, Grand Cornet 5 rangs, Grande Fourniture 2 rangs, Petite Fourniture 3 rangs, Cymbale 4 rangs, Trompette 8′, Clairon 4′.
Positif: C – g3 Montre 8′, Bourdon 8′, Prestant 4′, Flûte à Cheminée 4′, Nazard 2 2/3′, Quarte de Nazard 2′, Tierce 1 3/5′, Larigot 1 1/3′, Fourniture 3 rangs, Cymbale 2 rangs, Trompette 8′, Cromorne 8′.
Récit: C – g3 Gereserveerd.
Pédale: C – g1 Flûte 16′, Soubasse 16′, Grande Quinte 10 2/3′, Flûte 8′, Bourdon 8′, Petite Quinte 5 1/3′, Principal 4′, Flûte 2′, Terziane 2 rangs, Fourniture 5 rangs, Bombarde 16′, Trompette 8′, Clairon 4′.
Couplers: Accouplement du Positif au Grand Orgue, Tirasse Grand Orgue, Tirasse Positif.