Marienberg (Erzgebirge), Sankt Marienkirche, Hoofdorgel

Foto’s: Tjalling Roosjen © 2017

Carl Schubert bouwde van 1872-1879 een nieuw mechanisch sleepladen-orgel voor de Sankt Marienkirche in Marienberg (Erzgebirge) Sachsen, Duitsland. Het is in 1914 schoongemaakt door Jehmlich waarbij ook de intonatie werd verbeterd. In 1917 werden de frontpijpen gevorderd voor oorlogsdoeleinden. Deze werden in 1921 vervangen door zinken pijpen. In 1958 werd het orgel gereinigd door Jehmlich waarbij de dispositie werd gewijzigd. Georg Wünning heeft het orgel in 1990/1991 gerepareerd. Deze orgelmaker plaatste in 1994 ook nieuwe tinnen frontpijpen. Het orgel werd door dezelfde orgelmaker gerestaureerd in 2010-2013. De toonhoogte is 44o,3 Hz bij 15° Celsius. De stemmingstemperatuur is evenredig zwevend.

Dispositie:

I Hauptwerk: C – f3 Prinzipal 16′, Oktave 8′, Bordun 8′, Gamba 8′, Dolcissimo 8′, Quinta 6′, Octave 4′, Spitzflöte 4′, Quinta 3′, Octave 2′, Terz 1 3/5′, Cornett 4 fach (vanaf a°), Mixtur 5 fach 6′, Cimbel 4 fach, Trompete 8′.
II Brustwerk: C – f3 Bordun 16′, Gemshorn 8′, Quintatön 8′, Fugara 8′, Rohrflöte 8′, Gemshorn 4′, Flauto Dolce 4′, Geigenprinzipal 4′, Cimbel 2 fach 2 2/3′ + 2′, Fagott 16′.
III Oberwerk: C – f3 Quintatön 16′, Principal 8′, Lieblich Gedackt 8′, Salicional 8′, Oktave 4′, Rohrflöte 4′, Flauto Traverso 4′, Nassat 3′, Oktave 2′, Quinte 1 1/2′, Oktave 1′, Sesquialtera 2 fach 1 1/3′ + 4/5′.Mixtur 4 fach, Oboe 8′.
Pedal: C – e1 Principalbass 16′, Violonbass 16′, Fugarabass 16′, Subbass 16′, Quintbass 12′, Octavbass 8′, Cello 8′, Cimbel 2 fach 2 2/3′ + 2′, Posaunenbass 32′, Posaunenbass 16′, Trompetenbass 8′.
Spielhilfen, Koppeln: Manual-Koppeln (zum Hauptwerk mit Barkermaschine): II/I, III/I, III/II; Pedal-Koppel I/P; 3 feste Kombinationen: p, f, Tutti; 256fache Setzeranlage, Crescendowalze.