Mechelen, Sint Romboutskathedraal, Hoofdorgel

Foto’s: Wim Verburg © 2006

  • Het orgel in de Mechelse Romboutskathedraal is in eerste aanleg gebouwd in 1924 door de firma Jos Stevens uit Duffel onder advies van Jules Van Nuffel. Het vorige instrument van Van Peteghem was ernstig beschadigd tijdens de Eerste Wereldoorlog, en kon niet meer opgebouwd worden. Het Stevens-orgel had drie manualen en vrij pedaal, met 62 sprekende stemmen. Een aantal registers uit het oude orgel werd hergebruikt. Op 17 februari 1924 is het nieuwe instrument in gebruik genomen. Na de officiële wijding volgde een concert door vier organisten: O. Depuydt, organist-titulaire van de kathedraal, Flor Peeters, Alphonse Desmet en Joseph Bonnet.
  • In de jaren vijftig werd door de organist Flor Peeters aangegeven dat het instrument te weinig geschikt was voor een groot deel van de literatuur. Opbouw en dispositie waren volgens hem ook niet bij de tijd. Vandaar dat een volledige ombouw en uitbreiding werd opgedragen aan Stevens. Er was ook overleg met de firma Klais in Bonn en Flentrop in Zaandam over verschillende aspecten, zoals mensurering, dispositie, samenstelling vulstemmen etc. De historische orgelkas is afgebroken. Op 16 november 1958 is het geheel vernieuwde instrument weer in gebruik genomen.
  • Het orgel is in 1989 uitgebreid met een Trompette-en-Chamade op het Hoofdwerk. In het jaar 2000 heeft Mark Nagels een restauratie uitgevoerd. In 2019 zijn de frontpijpen gerestaureerd door Rens Swart Orgelbouw.

De dispositie van het Jos Stevens-orgel: (1924)

Hoofdwerk: C – c4
Prestant 16
Bourdon 16
Prestant 8
Flûte harmonique 8
Holpijp 8
Gemshoorn 8
Kwint 5 1/3
Oktaaf 4
Gemshoorn 4
Koppelfluit 4
Kwint 2 2/3
Oktaaf 2
Veldfluit 2
Mixtuur 6-8 st.
Scherp 4-5 st.
Cornet 5 st.
Trompet 16
Trompet 8
Trompet 4

Zwelwerk: C – c4
Gedeckt 16
Prestant 8
Holpijp 8
Spitsgamba 8
Voix céleste 8
Oktaaf 4
Open fluit 4
Nasard 2 2/3
Zwegel 2
Woudfluit 2
Terts 1 3/5
Sifflet 1
Mixtuur 4-5 st.
Cimbel 2-3 st.
Bombarde 16
Trompet 8
Hobo 8
Vox humana 8
Koptrompet 4
Tremulant

Onderwerk: C – c4
Kwintadeen 16
Prestant 8
Spitsfluit 8
Nachthoorn 8
Oktaaf 4
Blockfluit 4
Oktaafken 2
Nachthoorn 2
Spitskwint 1 1/3
Mixtuur 4-5 st.
Tertscimbel 3-4 st.
Sesquialtera 3 st.
Dulciaan 16
Kromhorn 8
Trompet-Regaal 4

Kroonwerk: C – c4
Roerfluit 8
Kwintadeen 8
Zing. Principaal 4
Nachthoorn 4
Zwitserspijp 2
Blokfluit 2
Larigot 1 1/3
Acuta 4-5 st.
Sesquialtera 2 st.
Ranket 16
Schalmei 8
Tremulant

Pedaal: C – g1
Principaalbas 32
Subbas 32
Principaalbas 16
Prestant 16
Subbas 16
Oktaafbas 8
Prestant 8
Gedekt 8
Koraalbas 4
Open fluit 4
Oktaaf 2
Nachthoorn 1
Ruispijp 3-4 st.
Mixtuur 5 st.
Bazuin 32
Bazuin 16
Trompet 8
Schalmei 4
Zing. Cornet 2

Koppelingen: Pedaal – Onderwerk, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Zwelwerk, Hoofdwerk – Onderwerk, Hoofdwerk – Zwelwerk, Hoofdwerk – Kroonwerk, Onderwerk – Hoofdwerk, Onderwerk – Zwelwerk, Onderwerk – Kroonwerk, Zwelwerk – Hoofdwerk, Zwelwerk – Kroonwerk.
Speelhulpen: Algemene crescendotrede, Setzercombinaties – zevenvoudig voor het hele orgel, Setzercombinaties: vijfvoudig per manuaal en pedaal.