Middelharnis, Grote of Sint Michaelskerk, Hoofdorgel

Foto’s: J. de Koning © 2006
De dispositie van het Leeflang-orgel: (1952)

Hoofdwerk: (C-g3)
Holquintadena 16
Praestant 8
Roerfluit 8
Salicionaal 8
Octaaf 4 (c1-g3 dubbel)
Nachthoorn 4
Quint 2 2/3 (c2-g3 dubbel)
Superoctaaf 2 (g1-g3 dubbel)
Mixtuur V-VI sterk (1 1/3′)
Cornet II-V sterk (1 1/3′)
Fagot 16
Trompet 8

Bovenwerk: (C-g3)
Baarpijp 8
Trechtergamba 8
Octaaf 4
Koppelfluit 4
Roerquint 3
Gemshoorn 2
Flageolet 1
Cymbaal V-VI sterk (1/2′)
Schalmei 8
Tremulant

Rugwerk: (C-g3)
Holpijp 8
Quintadena 8
Praestant 4
Roerfluit 4
Octaaf 2
Quintfluit 1 1/3
Quintatertia II sterk (2/5′)
Scherp IV sterk (1′)
Dulciaan 8
Tremulant

Pedaal: (C-f1)
Bourdon 32
Praestant 16
Subbas 16
Octaafbas 8
Gedekt 8
Roerquint 6
Octaaf 4
Nachthoorn 2
Mixtuur IV sterk (2 2/3′)
Bazuin 16
Trompet 8
Schalmei 4
Cinq 2

Speelhulpen:
2 vrije combinaties (1 deelbaar).

Koppels:
HW+RW, HW+BW, RW+HW
P+HW, P+RW