Neuenheerse, Stiftskirche (Katholische Pfarrkirche Sankt Saturnina)

Foto: Ansichtkaart

Het mechanische sleepladen-orgel van de Stiftskirche in Neuenheerse (Nordrhein-Westfalen) is gebouwd in oude kassen, aangevuld met een nieuw rugpositief in oude stijl. Deze kassen dateren van 1713, en zijn gemaakt door Andreas Reinecke, mogelijk in samenwerking met zijn broer Bernhard Reinecke. Het oude orgel is in 1882-1883 geheel vernieuwd. Slechts de kassen van hoofdwerk en pedaal en de frontpijpen bleven behouden. Franz Eggert bouwde een nieuw orgel in deze kassen en verwijderde het rugpositief. In 1921 werd dit orgel electro-pneumatisch gemaakt. Het bleef in deze toestand behouden tot 1964. In dat jaar startte een reconstructie door Paul Ott, die in 1966 was voltooid. Ott ontwierp ook een nieuw rugpositief in passende stijl. Van het oorspronkelijke rugwerk waren geen afbeeldingen aangetroffen. In de jaren 1991 tot 1994 is het orgel door de firma Kreienbrink gerestaureerd.

Dispositie:

Hauptwerk: C-g3  Quintade 16′, Principal 8′, Hollflöte 8′, Octave 4′, Spitzflöte 4′, Octave 2′, Sesquialtera 3 fach, Mixtur 5 fach (1 1/3′), Zimbel 3 fach (1/4′), Trompete 16′, Trompete 8′.
Rückpositiv: C-g3  Gedackt 8′, Praestant 4′, Blockflöte 4′, Quintflöte 3′, Koppelflöte 2′, Terz 1 3/5′, Quinte 1 1/3′, Octave 1′, Scharff 4 fach (1′), Dulzian 16′, Schalmei 8′, Tremulant.
Pedal: C-f1 Principal 16′, Subbaß 16′, Octave 8′, Gedackt 8′, Octave 4′, Nachthorn 2′, Bauernflöte 1′, Mixtur 6 fach (2 2/3′), Posaune 16′, Trompete 8′.
Koppelingen: Hauptwerk – Rückpositiv, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Rückpositiv.