Orléans, Cathédrale Sainte-Croix, Orgue de Choeur

Foto: Bram Luteyn © 2016

In 1846 plaatste Cavaillé-Coll een nieuw mechanisch sleepladen-orgel op het koor van de kathedraal in Orléans. De toonhoogte van het instrument is in 1880 door Cavaillé-Coll verlaagd tot a’=435 Hz, zodat het instrument samen met het nieuwe hoofdorgel kon worden gebruikt. In 1995 is het orgel gerestaureerd door Bernard Hurvy. De stemmingstemperatuur is evenredig zwevend en de toonhoogte is a’ = 435 Hz.

Dispositie:

Grand-Orgue: C – f3 Bourdon 16′, Montre 8′, Bourdon 8′, Flûte Harmonique 8′, Salicional 8′, Prestant 4′, Doublette 2′, Trompette 8′, Clairon 4′.
Récit: C – f3 Flûte Harmonique 8′, Viole de Gambe 8′, Voix Céleste 8′, Flûte Octaviante 4′, Trompette 8′, Hautbois 8′.
Pédale: C-f° Soubasse 16′.
Koppelingen: Accouplement du Récit au Grand-Orgue, Tirasse Grand-Orgue, Tirasse Récit.