Orschwiller, Église Saint-Maurice

Foto’s: Bram Luteyn © 2021

Stiehr-Mockers bouwde in 1847-1852 een nieuw mechanisch sleepladen-orgel voor de Église Saint-Maurice in Orschwiller (Bas-Rhin (67)) Frankrijk. Martin Rinckenbach bouwde het in 1899 om. Hierbij werd het rugpositief leeggehaald waarna het pijpwerk daarvan in een zwelkast werd geplaatst. In 1917 zijn de frontpijpen gevorderd voor oorlogsdoeleinden. Deze zijn in 1924 vervangen door nieuwe exemplaren die gemaakt zijn door Franz Xaver Kriess. Deze plaatste ook een elektrische windmotor. In 1976 is het orgel gerestaureerd door Alfred Kern & Fils. In 1985 brak er brand uit in de kerk waardoor het orgel zwaar beschadigd raakte. De kas van het positief ging zelfs geheel verloren. Ernest Mühleisen restaureerde het orgel en reconstrueerde de kas van het Positif. Ook werd het orgel teruggebracht naar de staat van 1852 op basis van de originele dispositiegegevens uit 1847.

Dispositie:

Grand-Orgue: C – f3 Bourdon 16′, Montre 8′, Bourdon 8′, Flûte Majeure 8′, Salicional 8′, Gambe 8′, Prestant 4′, Flûte à Chéminée 4′, Doublette 2′, Cornet 5 rangs (discant), Fourniture 4 rangs (1 1/3′), Trompette 8′.
Positif de Dos: C – f3 Montre 8′, Bourdon 8′, Jeu Céleste 8′, Flûte Pointue 4′, Flageolet 2′, Basson-Hautbois 8′ (B/D).
Pédale: C – f° Bourdon 16′, Flûte 8′, Prestant 4′, Ophicléide 16′, Trompette 16′.
Koppelingen: Accouplement des Claviers.

Samenstelling van de vulstem:

Fourniture IV rangs (Grand-Orgue):
C: 1 1/3′ – 1′ – 2/3′ – 1/2′
c°:  2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′
c1: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′
c2: 8′ – 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′