Oudewater, Oud-Kath. Kerk

De presentatie van een Leichel-orgel

Tekst in groene kleur: Maarten Vos jr., die het orgel restaureerde.
"Het orgel waar u voor uitgenodigd bent staat nu op de plek van dit vroegere instrument. (*)
Bij aankoop was niets bekend over degene die het gemaakt had.
Tijdens demontage bleek dat er pijpwerk geleverd was door de firma Schwatal uit Merseburg, met slagletters stond dit op de D-klein van de Gamba vermeld. In het Leichel- orgel van Bennekom bevindt zich pijpwerk van dezelfde herkomst. Bij nader onderzoek bleek dat vele details met dit orgel overeenkomen.
We kunnen met zekerheid zeggen dat we hier met een werkstuk van Leichel te maken hebben. En wel met een orgel van Ehrenfried
Leichel wat overigens ook sterke overeenkom- sten vertoont met het Leichelorgel in de Hervormde Kerk te Leur.

Ehrenfried was geboren op 18 januari 1828 te Emmerik. Hij verhuisde naar Duisburg vanwaar hij zich in 1884 te Keppel vestigde, daarna vertrok hij naar Doesburg. Honkvast was hij echter niet want in 1889 vestigde hij zich met een zoon in Paramaribo. Kort daarna verhuisde hij naar Arnhem waar hij op 16 no- vember 1905 overleed. Dit orgel kan worden geschat rond 1870, de periode dat Leichel in Duisburg orgelmaker was.

Het is onbekend waar het orgel oorspronkelijk voor bestemd was, volgens overlevering zou het bedoeld zijn geweest voor een plaats op de Veluwe. Wel weten we dat het in de jaren '50 is aangekocht door de Hervormde Gemeente te Sipculo, een klein dorpje in Gelderland. Na sluiting van de kerk kwam het twee maal in particuliere handen en vervolgens werd het door mijzelf aangekocht. Het bevond zich toen zeker niet in de originele staat. Bij een vorige reparatie was de windlade voorzien van een dekplaat met kunststof slepen en was de vol- ledige windvoorziening vernieuwd. Gelukkig had de vorige eigenaar de hand weten te leggen op de originele magazijnbalg. Bij demontage van het binnenwerk bleek dat ik met een samengesteld orgel te maken had. De windlade is een laat 18e eeuws exemplaar, welke door Leichel in zijn nieuwe concept is ingepast. Het wellenbord hoort hier bij en is door Leichel in tegenstelling tot de oude opstel- ling, op de lade geplaatst. Vervolgens werd dit systeem als stekeroverbrenging aangebracht, op zichzelf heel uniek.
Waarschijnlijk was dit materiaal een onderdeel van een ouder positief. Een aantal pijpen da- teert eveneens uit deze periode en is in West- faalse makelij uitgevoerd. Het betreft de dis- cant van de prestant 4 en de gehele octaaf 2.


Geen pedaallatten, en ook geen windmotor....

Hierdoor krijgt het orgel zijn heldere boven- toonopbouw. Door Leichel zelf is de bourdon 8 gemaakt en het groot octaaf van de prestant 4. Het klein octaaf van de prestant 4 en de viola di gamba 8 voet komen van het reeds genoem- de toeleveringsbedrijf Schwatal. We kunnen dan gerust spreken van een samengesteld orgel. Het is bekend dat orgelmakers als Leichel, Knipscheer en bijvoorbeeld Van Dam in de 19e eeuw orgels aanpasten aan de toen heersende smaak. Heel vaak werden registers vervangen door modieuze stemmen of werden zelfs hele orgels vernieuwd. In ons land zijn dan ook vele orgels bekend waarin overgebleven materiaal van de rommelzolder weer in nieuwe orgels werd gerecycled waardoor 19e eeuwse orgels vaak oudere klanken herbergen.

Bij de huidige restauratie is na veel onderzoek de volledige windvoorziening gereconstrueerd, met als gevolg dat de organist zelf de balgen
moet treden, wat de dynamiek binnen het orgelspel aanzienlijk vergroot. De windbereke-
ning kwam precies overeen met de maten die Van Heurn in zijn orgelmakersboek uit 1805
beschrijft. De windlade werd teruggebracht naar de situatie van Leichel, wat inhield dat vele delen opnieuw moesten worden aange- bracht.
Tenslotte het visuele gedeelte van het orgel, u ziet een in imitatie-eikenhout geschilderde grenenhouten kast, die terug te voeren is op de Biedermeier-stijl, opvallend is daarbij het op- zetstuk op de kast, de zgn. attiek. Dit kenmerk is echter terug te voeren op de empireperiode van rond 1810 en herinnert aan de Italiaanse renaissance. Dit geldt tevens voor het front. Dit bevat een dubbel rondboog veld, steunend op drie klassieke kolommetjes, iets wat bij ons bekend is in de bouwwijze van de Utrechtse toogkasten en b.v. preekstoelen. Het leuke hiervan is dat deze vormentaal overal terug te vinden is in deze kerk."

(*): het orgel dat Witte voor deze kerk in 1886 bouwde

Tot zover het citaat uit de lezing van dhr. Maarten Vos jr.

De bordon 8

Zo kan de organist zien dat de blaasbalgen vol zijn

De registers van het orgel, vlnr: Prestant 4, Octaaf 2 (met halverwege een kleine verspringing), Viola di Gamba 8 (vanaf c0) en geheel tegen de achterwand de Bourdon 8. In het front staan imitatiepijpen van hout.

Detail: Goed te zien zijn de ronde opsneden van de bourdon 8.  Tevens is te zien dat sommige boringen vroeger anders lagen dan nu. Ook te zien is dat nieuwe stukken hout de ontbrekende delen hebben aangevuld.

De registertrekkers zijn - om zo te zeggen - een kwartslag gedraaid.....

Het front, bestaande uit houten imitatiepijpen.
.
Maarten Vos jr. schrijft over de dispositie:

"Oudewater, Oud-Katholieke kerk. Het orgel bezit de volgende dispositie:

Bordun 8 Fuss, geheel larikshout ,maanopsneden, uitgelijmd met menieverf, kernen van eiken.    Geheel uit 1870 en is typerend voor Leichel.
 
Viola di Gambe 8 fuss, C tot H transmissie, c tot dis hout dezelfde makelij als de bordun, e tot f3 hoog tingehalte.
Ingekraste spitslabia, e tot h drempelkernen.
Alle metalen gamba pijpwerk heeft expressions
In dis staat ingeslagen Schwatal Merseburg.
 
Principal 4 fuss, C tot H Larikshout enge mensuur.
Ook pijpwerk van Leichel, c tot c1 tinnen pijpen van Schwatal. Dit octaaf spreekt volkomen gaaf en is als uitgangspunt genomen voor het intoneren van de prestanten.
cis tot f3 overwegend 18e eeuws gehamerd pijpwerk, enkele pijpen zijn nieuw, deze worden nog opgegeven.
Octav 2 fuss C  tot Dis pijpwerk van Leichel, tinnen voeten, corpora hoog loodgehalte aangepast aan 18e eeuws materiaal.
Op E staat vermeld: C sesquialtera 2 sterk deze pijp was dus de C van het 1 3/5 koor zonder repetitie in de bas.
E tot f3 overwegend 18 eeuws enkele pijp  Leichel of nieuw.
 
Pijpstokken, roosters, slepen en dammen zijn nieuwgemaakt van oud fijn eikenhout.
 
Magazijnbalg met eiken vouwen is mogelijk vroeg 19e eeuws, schepbalgen met trapinstallatie zijn nieuw.
Scharnieren gemaakt van pokhout met messing assen.
Windzicht gekopieerd van Leur, Winddruk 63 mm
Klavier geheel nieuw met gebruikmaking van oud hout en oud ivoor."
 

Home
Terug naar vorige pagina / to last page / Zurück
Verder naar presentatieconcert