Potsdam, Friedenskirche (Potsdam-Sanssouci), Hoofdorgel

Foto: Henk en Uilkje Veenstra © 2013, Bron www.orgelsitesimon.nl

  • De Friedenskirche in Potsdam (Brandenburg) is gebouwd in zeer klassieke vorm, naar voorbeeld van de kerk van Sint Clement in Rome. Het gebouw werd gesticht door koning Friedrich Wilhelm IV. De kerk is in 1848 ingewijd. Gottlieb Heise bouwde in 1847/1848 een orgel voor de kerk met achttien stemmen, verdeeld over twee manualen en pedaal. Heise kwam tijdens de bouw te overlijden, waarna het instrument is voltooid door Wilhelm Lang en Ferdinand Dinse. De orgelkas bestond uit twee gedeelten, die verbonden werden met een tussenstuk dat het roosvenster vrij liet. Carl Eduard Gesell voerde in 1967 een revisie uit, waarbij het orgel werd uitgebreid tot 25 registers.
  • In 1909 is het instrument ingrijpend verbouwd door Wilhelm Sauer. Deze plaatste nieuwe kegelladen, verving de mechaniek door pneumatiek en bouwde het tussenstuk vol. In de jaren 1930/1931 is het orgel door de firma Schuke geëlektrificeerd en uitgebreid. Het had nu 38 stemmen, verdeeld over drie klavieren en pedaal.
  • Toen in de jaren 1980-1990 een grondige restauratie nodig was, werd er besloten om over te gaan tot nieuwbouw. De opdracht werd gegeven aan Gerald Woehl. Bij de bouw is de kas in de oorspronkelijke toestand teruggebracht. Er is veel pijpwerk opnieuw gebruikt. Het nieuwe sleepladen-orgel met mechanische toetstractuur en elektrische registertractuur heeft 52 stemmen, verdeeld over drie manualen en pedaal. Het is in 2004 in gebruik genomen.
Dispositie:
 
Hauptwerk (I. Manual): C-a3 Bordun 16′, Principal 8′, Gedackt 8′, Flûte Harmonique 8′, Gambe 8′, Octave 4′, Rohrflöte 4′, Nasard-Quinte 2 2/3′, Octave 2′, Cornet 2-5 fach, Mixtur 6 fach (2′), Fagott 16′, Trompete 8′.
Oberwerk (II. Manual, in zwelkast): C-a3 Gedackt 16′, Principal 8′, Konzertflöte 8′, Aeoline 8′, Geigenschwebung 8′, Gedackt 8′, Quintatön 8′, Octave 4′, Flauto Dolce 4′, Viola d’Amour 4′, Flageolet 2′, Mixtur 4 fach (2′), Fagott 8′, Tremulant.
Schwellwerk (III. Manual, in zwelkast): C-a3 Quintatön 16′, Flauto Traverso 8′, Viole de Gambe 8′, Voix Céleste 8′, Cor de Nuit 8′, Flûte Octaviante 4′, Quinte 2 2/3′, Octavin 2′, Tierce 1 3/5′, Cornet 5 fach, Trompette Harmonique 8′, Basson Hautbois 8′, Vox Humana 8′, Clairon Harmonique 4′, Tremulant.
Pedal: C-f1 Untersatz 32′ – akoestisch, Kontrabaß 16′, Subbaß 16′, Violon 16′, Gedackt 16′ – transmissie, Octavbaß 8′, Gedackt 8′ – transmissie, Violon 8′, Octave 4′, Posaune 16′, Trompete 8′, Clarine 4′.
Koppelingen: Hauptwerk – Oberwerk, Hauptwerk – Schwellwerk, Oberwerk – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Oberwerk, Pedal – Schwellwerk, Sub Hauptwerk, Sub Schwellwerk, Sub Hauptwerk – Schwellwerk, Sub Oberwerk – Schwellwerk, Super Pedal – Schwellwerk.
Speelhulpen: 5×999 Setzerkombinationen, Walze.