Rheinau, Klosterkirche

Foto’s: Tjalling Roosjen © 2010

Het grote orgel van de abdijkerk in Rheinau is door Johann Christoph Leu gebouwd in de jaren 1711-1715. Het is het enige orgel van deze bouwer dat nog bestaat. Het orgel werd gekeurd op 14 december 1715. In de jaren 1840-1841 bouwde Friedrich Haas het orgel om. De dispositie werd gewijzigd door het vervangen van verschillende registers en uitbreidingen. Het orgel kreeg hierdoor een meer romantisch karakter. In 1941-1942 restaureerde de firma Kuhn het instrument, waarbij veel toevoegingen van Haas werden verwijderd. Deze restauratie werd afgesloten met een feestelijke heringebruikname op 31 mei 1942. In de jaren 1988-1990 is het gerestaureerd door de firma Kuhn en geheel in de oorspronkelijke staat teruggebracht. Op 16 september 1990 is het instrument weer in gebruik genomen.

Hauptwerk: C – c3 met kort octaaf Prinzipal 8′, Spitzflöthen 8′, Coppel 8′, Salicional 8′, Octav 4′, Rohrflöthe 4′, Quinte 3′, Waldflöthe 2′, Sedecimba 1′, Zymbal 3 fach 1 1/2′, Mixtur 4 fach 1′, Hörnle 2 fach 1′, Fagott 8′.
Rückpositiv: C – c3 met kort octaaf Coppel 8′, Prinzipal 4′, Nachthorn 4′, Flöth 4′, Superoctav 2′, Quint 1 1/2′, Zymbal 2 fach 1 1/2′, Mixtur 2 fach 1 1/2′, Tremulant.
Oberwerk: C – c3 met kort octaaf Coppel 8′, Octav Flöthe 4′, Flöthen 4′, Flöthen 2′, Sedecima 1′, Geygen Regal 8′.
Pedal: C – a° met kort octaaf Prinzipal 16′, Sub-Pass 16′, Octav 8′, Octav 4′, Quint 3′, Mixtur 6 fach 2′, Bombardon 16′, Posaun 8′.
Overige registers: Zymbelstern, Vogelsang.
Koppelingen: Hauptwerk-Rückpositiv.
Speelhulpen: Sperrventil Hauptwerk, Sperrventil Rückpositiv.