Rosheim, Église Saint-Etienne

Foto: Bram Luteyn © 1995

  • In 1857-1860 bouwde de firma Stiehr-Mockers een groot drieklaviers mechanisch sleepladen-orgel met 42 stemmen voor de parochiekerk Saint-Etienne te Rosheim (Bas-Rhin (67)). In 1926 bouwde Joseph Rinckenbach het instrument om. De tractuur werd elektro-pneumatisch gemaakt en er werd een vrijstaande speeltafel geplaatst. het Echo werd verwijderd en vervangen door een Récit Expressif, en verder werd het hoog in het orgel geplaatste Positif onder in het kegelladen-orgel geplaatst. De dispositie is verder ook gewijzigd. In 1953 werd het Positif door Pierre Lehn als rugpositief geplaatst, en in 1965 is het weer op de oorspronkelijke plaats als bovenwerk teruggezet.
  • In het boek “Historische Orgeln im Elsaß” wordt de kerk Saint-Stephan genoemd, maar deze naam is verder nergens terug te vinden. Het moet dus een vergissing zijn.

Dispositie:

Grand Orgue: C-g3  Montre 16′, Bourdon 16′, Montre 8′, Bourdon 8′, Flûte Majeure 8′, Cor des Alpes 8′, Violoncelle 8′, Prestant 4′, Flûte à Cheminée 4′, Nasard 2 2/3′, Doublette 2′, Cornet 5 rangs (discant), Fourniture 4 rangs, Trompette 8′.
Positif: C-g3  Flûte à cheminée 16′, Diapason 8′, Quintaton 8′, Flûte traversière 8′, Salicional 8′, Unda Maris 8′, Flûte Douce 4′, Quinte 2 2/3′, Flageolet 2′, Tierce 1 3/5′, Piccolo 1′, Cromorne 8′, Voix Humaine 8′, Trémolo.
Récit: C-g3  Quintaton 16′, Principal 8′, Cor de Nuit 8′, Flûte Harmonique 8′, Viole de Gambe 8′, Voix Céleste 8′, Flûte Octaviante 4′, Fugara 4′, Octavin 2′, Plein-Jeu 5 rangs, Basson 16′, Trompette Harmonique 8′, Basson/Hautbois 8′, Clairon 4′, Trémolo.
Pédale: C-g1 Contrebasse 16′, Flûte 16′, Soubasse 16′, Flûte 8′, Bourdon 8′, Violoncelle 8′, Flûte 4′, Bombarde 16′.
Koppelingen: Accouplement du Positif au Grand Orgue, Accouplement du Récit au Grand Orgue, Accouplement du Récit au Grand Orgue en 16′, Accouplement du Récit au Grand Orgue en 4′, Accouplement du Récit au Positif, Tirasse Grand Orgue, Tirasse Positif, Tirasse Récit, Octaves Graves Grand Orgue.