Sankt Urban, Monastery

Foto’s: Tjalling Roosjen © 2010

In 1716-1721 bouwden vader Joseph Bossart en zoon Viktor Ferdinand Bossart een nieuw mechanisch sleepladen-orgel voor het Monastery in Sankt Urban (Kärnten) Oostenrijk. Het orgel heeft kort octaaf en dubbelsemitoetsen dis/es, dis1/es1, en dis2/es2. en een ademende windvoorziening met 6 spaanbalgen.

Dispositie:

II. Hauptwerk: C – c3
Principal 8′
Viol de Gamb 8′
Schwäglen 8′
Nachthorn 8′
Spitzfleüthen 8′
Copell 8′
Octav 4′
Waldfleüthen 4′
Quintfleüthen 2 2/3′
Superoctav 2′
Flaschroneth-Fleüthl. 2′
Quint 1 1/3′
Hörnlein 1 fach 1 3/5′
Sexquialtera 3 fach 1 3/5′
Mixtur Major 4 fach 1′
Mixtur Minor 3 fach 1′
Cymbel 2 fach 1/2′
Cornett 5 fach 8′
Fagott 8′

I. Brustwerk: C – c3
Secund Principal 8′
Hohl-Fleüthen 4′
Flaschroneth-Fleüthl. 2′
Mixtur 3 fach 1′
Cymbel 2 fach 1/2′

III. Oberwerk: C – c3
Echo ins Gesicht 8′
Schwäbende Fleüth. 8′
Hohl-Fleüthen 4′
Copell 4′
Superfleüthlein 2′
Mixtur 3 fach 1′
Cymbel 2 fach 2/3′
Fagott in Octav 4′

Pedal: C – a
Subbass 16′
Portun 16′
Principal 8′
Octava und Quinta 4′
Superoctava 2′
Mixtur 3 fach 1 1/3′
Viol-Bass 16′
Posaunen 8′

Koppelingen:
Schiebekoppel III-II
Pedalkoppel II

Speelhulpen:
Kalkantenzug
Kalkantenanlage