Soltau, Sankt-Johannis-Kirche

Foto: Frank Vincentz, CC-BY-SA 3.0 (Wikipedia)

Emil Hammer Orgelbau bouwde in 1968 een nieuw sleepladen-orgel met mechanische toetstractuur, elektrische registertractuur, 40 stemmen, 3 manualen en een vrij pedaal. Het werd geplaatst in de kas van het vorige orgel dat in 1908 was gebouwd door Furtwängler & Hammer. De pedaaltorens links en rechts zijn in 1968 door Emil Hammer aan de kas toegevoegd.

Dispositie:

I Hauptwerk: C–g3 (56 toetsen) 
1. Gedacktpommer 16′
2. Principal 8′
3. Spillpfeife 8′
4. Octave 4′
5. Koppelflöte 4′
6. Quinte 2 2⁄3′
7. Oktave 2′
8. Mixtur V–VII
9. Mixtur III
10. Trompete 8′

II Oberwerk: C–g3 (56 toetsen)
11. Rohrflöte 8′
12. Quintade 8′
13. Principal 4′
14. Spitzgedackt 4′
15. Waldflöte 2′
16. Quinte 1 1⁄3′
17. Sesquialtera II
18. Scharff IV–V
19. Oberton II
20. Dulcian 16′
21. Krummhorn 8′
Tremulant

III Brustwerk: C–g3 (56 toetsen)
22. Holzgedeckt 8′
23. Gedacktflöte 4′
24. Principal 2′
25. Sifflöte 1′
26. Terzian II
27. Cymbel III
28. Vox humana 8′
Tremulant

Pedal: C–f1 (30 toetsen)
29. Principal 16′
30. Subbass 16′
31. Oktave 8′
32. Gedackt 8′
33. Oktave 4′
34. Holzflöte 4′
35. Nachthorn 2′
36. Mixtur VI
37. Glockenton III
38. Posaune 16′
39. Trompete 8′
40. Clarine 8′

Koppelingen: II/I, III/I, I/P, II/P, III/P
Speelhulpen: Zimbelstern