Stavanger, Domkirke, Hoofdorgel

Foto: © Bert ten Hoeve

De dispositie van het Reil-orgel: (1991/2015)

Hoofdwerk: C – g3
Principal 16′ – discant dubbelkorig
Octaaf 8′ – discant dubbelkorig
Baarpijp 8′
Roerquint 6′
Octaaf 4′ – discant dubbelkorig
Spitzfluit 4′
Grote Terts 3 1/5′
Quint 3′
Octaaf 2′
Cornet V sterk (8′) (vanaf a°)
Mixtuur VI-VIII sterk (2 2/3′)
Cymbel III sterk (2/3′)
Trompet 16′
Trompet 8′
Vox Humana 8′
Cymbelster

Rugwerk: C – g3
Principal 8′ – discant dubbelkorig
Gedekt 8′
Quintadeen 8′
Octaaf 4′
Roerfluit 4′
Nasard 3′
Octaaf 2′
Woudfluit 2′
Terts 1 3/5′
Sesquialter II sterk
Mixtuur V-VII sterk (2′)
Fagot 16′
Dulciaan 8′

Bovenwerk: C – g3
Bourdon 16′ – 2015
Principal 8′ – C-H uit Viola di Gamba
Roerfluit 8′
Fluit Amabile 8′ – C-H uit Gedekt fluit
Viola da Gamba 8′
Unda Maris 8′
Octaaf 4′
Open Fluit 4′
Octaaf 2′
Nachthoorn 2′
Flageolet 1′
Cornet IV sterk (discant)
Scherp IV-VI sterk – 2015
Trompet 8′
Oboe d’Amour 8′

Pedaal: C – f1
Majorbas 32′ – 2015
Praestant 16′
Openbas 16′ – 2015
Subbas 16′
Octaaf 8′
Gedekt 8′
Octaaf 4′
Mixtuur VI sterk (2 2/3′)
Contrafagot 32′ – 2015
Bazuin 16′
Dulciaan 16′
Trompet 8′
Cornet 4′ – 2015

Overige registers:
Cymbelster

Koppelingen:
Hoofdwerk – Rugwerk
Hoofdwerk – Bovenwerk
Rugwerk – Bovenwerk
Pedaal – Hoofdwerk
Pedaal – Rugwerk
Pedaal – Bovenwerk