Tallinn, Toomkirik (Neitsi Maarja Piiskoplik Toomkirik) – Mariendom (Ritter- und Domkirche), Hoofdorgel

Picture: Chris Stafford © 2019

Het orgel van de Domkerk van Tallinn is oorspronkelijk gebouwd door de firma Ladegast in de jaren 1875-1878. Bij de bouw werd door Ladegast ook nog enig pijpwerk gebruikt uit het vorige orgel van de kerk, gemaakt door Johann Friedrich Gräbner in 1783. Op 8 oktober 1878 werd het Ladegast-orgel in gebruik genomen. Het orgel had 49 stemmen, drie klavieren en een vrij pedaal. Het kreeg een neogotisch front. Het instrument was gebouwd met sleepladen. In 1887 werkte de firma Walcker aan het instrument. Zij voerden enkele reparaties uit en vervingen de Aeoline 8′ van het derde klavier door een Aeolodicon 8′. In 1913 kreeg de firma Sauer de opdracht voor een ingrijpende ombouw en modernisering van het orgel. De werkzaamheden duurden tot de zomer van 1914. Het orgel werd uitgebreid naar 73 stemmen en het werd omgebouwd naar kegelladen en een pneumatische tractuur. Het Sauer-orgel bleef zonder verdere ingrijpende wijzigingen bewaard. In de jaren 1930-1940 zijn zo’n 300 metalen pijpen vervangen door nieuwe door de firma Kangasala, omdat deze waren verdwenen. Wel raakte het orgel na 1945 langzaam maar zeker in verval. In 1996 kreeg Christian Scheffler de opdracht voor een restauratie. Hierbij is het instrument geheel gedemonteerd, schoongemaakt en weer opgebouwd. In juli 1998 was de restauratie gereed. Met een feestweek van 28 tot 31 oktober 1998 is het orgel weer officieel in gebruik genomen.

Dispositie:

I. Manual: Principal 16′ – 1878, Bordun 16′ – 1878/1914, Principal 8′ – 1878/1914, Doppelflöte 8′, Flauto Amabile 8′, Gemshorn 8′, Gedact 8′ – 1878/1914, Quintatön 8′, Dolce 8′, Gamba 8′, Nasard 5 1/3′ – 1878/1914, Octave 4′ – 1878/1914, Gemshorn 4′ – 1878/1914, Rohrflöte 4′, Waldflöte 2′ – 1878/1914, Cornett 3 fach – 1878, Mixtur 3 fach – 1878, Trompete 8′.
II. Manual: Gedackt 16′ – 1878/1914, Salicional 16′, Principal 8′ – 1878, Flauto Traverso 8′ – 1878/1914, Konzertflöte 8′, Rohrflöte 8′ – 1878/1914, Viola 8′ – 1998, Salicional 8′ – 1878/1914, Dulciana 8′, Flauto Amabile 4′ – 1878, Dolce 4′, Nasard 2 2/3′ – 1878, Piccolo 2′ – 1878, Progressio 2-3 fach, Cymbel 3-4 fach – 1878, Klarinette 8′.
III. Manual (Schwellwerk): Gedackt 16′ – 1878/1914, Gamba 16′ – 1878/1914, Geigenprincipal 8′ – 1878, Schalmei 8′, Portunalflöte 8′ – 1878, Gedackt 8′ – 1783, Gemshorn 8′, Flauto Amabile 8′, Quintatön 8′, Viola d’Amour 8′, Aeoline 8′, Voix Céleste 8′, Fugara 4′, Flauto Dolce 4′ – 1878, Salicet 4′ – 1878, Flautino 2′, Harmonia Aetherea 3 fach – 1878, Trompete 8′, Oboe 8′, Aeolodian 8′ – 1887.
Pedal: Untersatz 32′ – 1878, Principal 16′ – 1878, Subbaß 16′ – 1878, Gemshorn 16′, Lieblich Gedackt 16′ – transmissie III. Manual, Quintatön 16′ – ca. 1939, Violon 16′, Quinte 10 2/3′, Principal 8′ – 1878, Baßflöte 8′ – 1878/1914, Gemshorn 8′ – ca. 1939, Dulcian 8′ – transmissie III. Manual, Cello 8′, Principal 4′ – ca. 1939, Flauto 4′ – 1878, Posaune 16′, Trompete 8′, Clairon 4′.
Koppelingen: I. Manual – II. Manual, I. Manual – III. Manual, II. Manual – III. Manual, Pedal – I. Manual, Pedal – II. Manual, Pedal – III. Manual, I. Manual – II. Manual 16′, I. Manual – II. Manual 4′.
Speelhulpen: 3 Freie Combinationen, 3 Festkombinationen (p – mf – f), Rohrwerke ab, Handregister ab, Piano Pedal, Mezzoforte Pedal, Forte Pedal, Generalkoppel, Walze ab.