Tegelen-Centrum, Kerk van de Heilige Martinus

Foto’s: Michiel van ’t Einde © 2012

In 1955 bouwde de Gebroeders Vermeulen een nieuw elektro-pneumatisch kegelladen-orgel in de orgelkas van Nöhren uit 1905. Ook werd pijpwerk van Nöhren hergebruikt. Adviseur bij de bouw was Hub. Houët. Hij verzorgde ook de inspeling op 18 december 1955. Het pedaalklavier is concaaf.

Dispositie:

Manuaal I: C – g3 Prestantbas 16′, Prestant 8′, Gemshoorn 8′, Roerfluit 8′, Octaaf 4′, Fluit Gedekt 4′, Quint 2 2/3′, Octaaf 2′, Sesquialter II sterk, Mixtuur IV sterk, Trompet 8′.
Manuaal II (in zwelkast): C – g3 Prestant 8′, Salicionaal 8′, Vox Celestis 8′, Holpijp 8′, Prestant 4′, Dwarsfluit 4′, Nasard 2 2/3′, Piccolo 2′, Tertiaan II sterk, Scherp III sterk, Trompet 8′, Kromhoorn 8′, Tremolo.
Pedaal: C – f1 Prestantbas 16′, Subbas 16′, Violonbas 16′, Octaafbas 8′, Gedekt 8′, Prestant 4′, Ruispijp III sterk, Bazuin 16′.
Couplers: Manuaal I – Manuaal II, Manuaal I – Manuaal II 16′, Pedaal – Manuaal I, Pedaal – Manuaal II, Pedaal – Manuaal II 4′.
Accessories: 4 zetknopcombinaties, 3 vaste combinaties (p – f – tutti), Automatische pedaalomschakeling met 4 vrije versterkingen, 4 tongwerkafstellers, Generaal Tutti.