Templin, Maria-Magdalenenkirche

Bron foto: Ansichtkaart

  • Johann Gottlieb Scholtze bouwde in 1768-1769 een nieuw mechanisch sleepladen-orgel voor de Maria Magdalenenkirche in Templin (Brandenburg). Het front is een ontwerp van Daniel Friedrich Kühn. Rond 1840 is er aan het orgel gewerkt door Gottlieb Heise. Het instrument had toen 27 registers, verdeeld over twee klavieren en pedaal. In 1855 bouwde Carl August Buchholz een nieuw tweeklaviers orgel met 37 registers in de oude kas.
  • Het binnenwerk is in 1921 vervangen door een nieuw orgel van de firma Jehmlich met 62 stemmen, verdeeld over drie manualen en pedaal. Dit is in 1936 door Jehmlich verbouwd. Dit binnenwerk is in 1993 afgebroken, omdat het aan een grondige revisie toe was. Men heeft echter besloten om een nieuw mechanisch sleepladen-orgel in de kassen te laten bouwen door Alexander Schuke. Dit instrument is in 1994 in gebruik genomen. Adviseurs bij de bouw waren Rudolf Nehm en Klaus-Jürgen Gundlach.
  • In 2015 is men begonnen met een fondsenwerfactie met als doel een Glockenspiel te plaatsen bij het orgel.

Dispositie:

Hauptwerk: C – g3 Gedackt 16′, Principal 8′, Koppelflöte 8′, Gambe 8′, Oktave 4′, Spitzflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Oktave 2′, Mixtur 5-6 fach, Trompete 8′.
Oberwerk: C – g3 Gedackt 8′, Quintadena 8′, Principal 4′, Rohrflöte 4′, Hohlflöte 2′, Terz 1 3/5′, Nasat 1 1/3′, Sifflöte 1′, Scharff 4 fach, Vox Humana 8′, Tremulant.
Schwellwerk: C – g3 Bordun 16′, Geigenprincipal 8′, Doppelgedackt 8′, Salicional 8′, Fugara 4′, Blockflöte 4′, Piccolo 2′, Sesquialtera 2 fach, Mixtur 3-5 fach, Oboe 8′, Tremulant.
Pedal: C – f1 Principal 16′, Subbaß 16′, Oktavbaß 8′, Gedacktbaß 8′, Choralbaß 4′, Hintersatz 4 fach, Posaune 16′, Trompete 8′.
Overige registers: 2 Zimbelsterne.
Koppelingen: Hauptwerk – Oberwerk, Hauptwerk – Schwellwerk, Oberwerk – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Oberwerk, Pedal – Schwellwerk.