Tübingen, Katholische Pfarrkirche Sankt Johannes Evangelist

Foto: Henk & Uilkje Veenstra © 2013, Bron www.orgelsitesimon.nl

In de neogotische Sankt-Johanneskirche te Tübingen (Baden-Württemberg) bouwde de firma Gebr. Späth in 1962 een nieuw orgel. In 1990 werd echter een nieuw sleepladen-orgel met mechanische toetstractuur en elektrische registertractuur van de firma Rieger Orgelbau in gebruik genomen. Waarschijnlijk is het Späth-orgel afgebroken. Het nieuwe orgel is gewijd op 4 februari 1990. Het werd hierbij bespeeld door Jan Janca. In 2011 voerde de firma Rieger werkzaamheden uit, waarbij de intonatie is herzien. Het Schwellwerk werd uitgebreid met een Bourdon 16′.

Dispositie:
Hauptwerk: C-a3 Gedeckt 16′, Principal 8′, Flûte Harmonique 8′, Spitzflöte 8′, Octav 4′, Nachthorn 4′, Superoctave 2′, Mixtur 4 fach (1 1/3′), Trompete 8′, Tremulant.
Positiv (Schwellbar): C-a3 Holzgedeckt 8′, Principal 4′, Rohrflöte 4′, Gemshorn 2′, Larigot 1 1/3′, Sesquialtera 2 fach (2 2/3′), Scharff 3 fach (1′), Cromorne 8′, Tremulant.
Schwellwerk: C-a3 Bourdon 16′, Koppelflöte 8′, Salicional 8′, Vox Coelestis 8′, Principal 4′, Traversflöte 4′, Nazard 2 2/3′, Hohlflöte 2′, Terzflöte 1 3/5′, Sifflet 1′, Plein Jeu 5 fach (2′), Fagott 16′, Trompette Harmonique 8′, Hautbois 8′, Clairon 4′, Tremulant.
Pedal: C-f1 Principalbaß 16′, Subbaß 16′, Octavbaß 8′, Gedecktbaß 8′, Choralbaß 4′, Hintersatz 4 fach (2 2/3′), Posaune 16′, Baßtrompete 8′.
Koppelingen: Hauptwerk – Positiv, Hauptwerk – Schwellwerk, Positiv – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Positiv, Pedal – Schwellwerk.
Speelhulpen: Tutti, 8 x 16 Generalkombinationen, Sequenzer