Uden, Sint Petruskerk, Hoofdorgel

Foto’s: Wim Verburg © 2001/2008

De dispositie van het Nöhren-orgel (1906)

Hoofdwerk: (C-g3)
Prestant 16
Bourdon 16
Principaal 8
Flûte Harmonique 8
Holpijp 8
Gamba 8
Octaaf 4
Flûte Dolce 4
Nasard 2 2/3
Octaaf 2
Mixtuur III-V
Cornet III
Trompet 8

Zwelwerk: (C-g3)
Lieblich Gedeckt 16
Vioolprestant 8
Gemshoorn 8
Quintadeen 8
Principaal 4
Flûte Traverse 4
Piccolo 2
Larigot 1 1/3
Sesquialter II
Clarinet 8

Pedaal: (C-f1)
Majorbas 32
Contrabas 16
Subbas 16
Octaafbas 8
Gedekt 8
Octaaf 4
Ruispijp III
Bazuin 16

Koppelingen: Hoofdwerk – Zwelwerk, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Zwelwerk.
Speelhulpen: Vaste combinaties (pp – p – mf – f – ff – tutti), Generaal Crescendo, Automatisch pianopedaal, 1 vrije combinatie.