Urk, Bethelkerk

Foto’s: Michiel van ’t Einde, tekst: J.W. Hakvoort, http://orgels.opurk.nl

Het orgel van de gereformeerde Bethelkerk is oorspronkelijk gebouwd door Abraham Meere (Utrecht) voor de R.K. Schuilkerk te IJsselstein. Het was toen nog van bescheiden formaat: 1 klavier en een aangehangen pedaal. In 1887 neemt de parochie een nieuwe neo-gotische Basiliek in gebruik. Het orgel wordt overgeplaatst in deze kerk en doet daar dienst tot 1907. In dit jaar wordt het orgel namelijk verkocht aan de orgelhandelaar Mart Vermeulen te Woerden. Deze breidt het orgel uit met een bovenwerk en maakt het pedaal zelfstandig. In 1910 wordt het orgel door de gereformeerde kerk te Urk aangekocht en in de Bethelkerk geplaatst.

In de jaren 50 treedt het orgel steeds meer in verval, zodat er iets gedaan moet worden. Verschillende plannen komen aan de orde en het had maar weinig gescheeld of dit orgel was gesloopt om plaats te maken voor een nieuw instrument in de neo-barokke trant die in die tijd gebruikelijk was. Gelukkig is het zover niet gekomen; De firma Sanders, eveneens te Utrecht gevestigd, restaureert het orgel en voert tevens enkele dispositiewijzigingen door.

 
De hierboven beschreven restauratie blijkt uiteindelijk toch niet afdoende te zijn geweest. Het orgel wordt daarom in 1969-1970 opnieuw onder handen genomen door de Fa. Pels & van Leeuwen. Bij deze gelegenheid wordt de tractuur compleet vernieuwd en wordt ook de klaviatuur vervangen door een nieuwe, slecht bij het orgel passende, uitvoering. De windladen worden grondig gerestaureerd en voorzien van een inliggende balg om een strakke windvoorziening te garanderen. Er worden geen dispositiewijzigingen doorgevoerd, wel wordt de houten Bazuin 16′ van het pedaal vernieuwd. Adviseur van deze restauratie was Jan Bonefaas.

Na de kerkrestauratie wordt in 1981 het orgel uitgebreidt met 3 registers d.m.v. kantslepen. Deze uitbreiding is bedoeld om het instrument meer kracht te geven. Bij deze gelegenhied wordt tevens de kast opnieuw geschilderd. Pels & van Leeuwen geeft het orgel ook in 1987 weer een grote beurt en breidt het opnieuw uit met enkele registers. Bij deze gelegenheid wordt ook al het pijpwerk gerestaureerd. Ditmaal is drs. J.J. van der Harst als adviseur aangetrokken.

Het orgel heeft een schitterende vol romantische klank, die toch helder over blijft komen. De nieuwere registers voegen hierbij alleen maar aan toe, zodat de verschillende uitbreidingen beslist geslaagd genoemd mogen worden.

Helaas ging de conditie van dit schitterende instrument de laatste jaren snel achteruit, zodat een nieuwe restauratie onvermijdelijk was. Hiervoor werden inmiddels plannen opgesteld. Restauratie naar een vroegere situatie is (gelukkig) niet aan de orde. In ieder geval zal de windvoorziening, de mechaniek en een gedeelte van het pijpwerk onder handen worden genomen. Verder hoop ik dat bij deze gelegenheid de klaviatuur vervangen zal worden door een meer passender uitvoering, maar dit zal o.a. afhangen van de financiële ruimte die er door bijv. subsidies zal ontstaan.

In 2008 werd origineel pijpwerk van Abraham Meere gekocht, dat aanwezig was in het Pels-orgel in de parochiekerk Sint Johannes de Doper te Montfoort. Dit orgel was inmiddels al enkele jaren buiten gebruik. In 2012 begon de firma Reil met een restauratie van het orgel op Urk, waarbij het pijpwerk uit Montfoort een plaats in het orgel kreeg. Adviseur bij de werkzaamheden was Stef Tuinstra. Bij de restauratie zijn verder onder andere de tongwerken en mixturen uit 1987 vervangen door nieuwe exemplaren. Het front en de orgelkas zijn in originele staat hersteld, maar verschillende uitbreidingen van later tijd bleven wel gehandhaafd. Het orgel werd op 1 juni 2013 weer in gebruik genomen met een concert door Stef Tuinstra.

Foto’s: Michiel van ’t Einde, tekst: J.W. Hakvoort, http://orgels.opurk.nl

De dispositie tot 2012:

Hoofdwerk:
Bourdon 16′ (1792)
Prestant 8′ (1792)
Holpijp 8′ (1792)
Quintadeen 8′ (1792)
Viola 8′ (1910)
Octaaf 4′ (1792)
Fluit 4′ (1792)
Quint 3′ (1910)
Octaaf 2′ (1792)
Mixtuur III-VI (1987)
Cornet IV (1987)
Sesquialter II (1987)
Fagot 16′ (1981)
Trompet 8′ (1910)
Bovenwerk:
Gemshoorn 8′ (1792/1910)
Holpijp 8′ (vroeg 19e eeuw)
Prestant 4′ (1910/1987)
Fluit 4′ (vroeg 19e eeuw)
Quintfluit 3′ (1792)
Octaaf 2′ (1987)
Woudfluit 2′ (1792)
Flageolet 1′ (1792)
Carillon III (1987)
Sesquialter III (1981)
Dulciaan 8′ (1987)
Tremulant
Pedaal:
Subbas 16′ (1910)
Open Bas 8′ (1910)
Roerquint 6′ (1981)
Octaaf 4′ (1910)
Bazuin 16′ (1970)

Dispositie:

Hoofdwerk:
Bourdon 16′ – 1792/1911
Prestant 8′ – vanaf a dubbelkorig
Holpijp 8′
Quintadena 8′
Octaaf 4′
Fluit 4′ – 1792/1987
Gemshoorn 4′ – 1792/2013
Quint 3′ – 1911/1952
Octaaf 2′
Cornet IV sterk (discant) – 2013
Sesquialtera II sterk – 1805/2013
Mixtuur III-VI sterk – 2013
Fagot 16′ – 2013
Trompet 8′ – 2013

Onderpositief:
Prestant 8′ – 1911/1987
Holpijp 8′ (gedeeld) – 1805
Viola di Gamba 8′ – 1911; C-H uit Holpijp
Fluit Travers 8′ (discant) – 1805
Unda Maris 8′ (vanaf c°) – 1847/1850/2013
Prestant 4′ – 1805
Fluit 4′ – 1805
Quintfluit 3′ – 1792/1987
Woudfluit 2′
Flageolet 1′
Carillon III sterk (vanaf a) – 2013
Dulciaan 8′ – 2013
Vox Humana 8′ – 2013
Tremulant – inliggend

Pedaal:
Openbas 16′ – 1911/2013
Subbas 16′ – 1911
Octaaf 8′ – 1911
Roerquint 6′ – 1982
Octaaf 4′ – 1911
Bazuin 16′ – 2013
Trompet 8′ – 2013
Cornet 4′ – 2013

Koppelingen:
Hoofdwerk – Onderpositief
Pedaal – Hoofdwerk
Pedaal – Onderpositief

Speelhulpen:
Tremulant (opliggend)