De foto’s van het orgel op deze pagina zijn in 2002 gemaakt
door Gérard van Betlehem – http://www.betlehem.nl – gerard@betlehem.nl
De foto’s van de kerk zijn gemaakt door Wim Verburg © 2008
Op 25 maart 1883 (Eerste Paasdag) werd het Johan Frederik Witte-orgel in de Buurkerk van Utrecht (Utrecht) in gebruik genomen. Richard Hol heeft tijdens de feestelijke kerkdienst het orgel bespeeld, terwijl dominee Nicolaas Beets de dienst leidde. Het instrument was betaald uit een legaat van 9000 gulden, dat de kerkvoogdij in 1872 had ontvangen. De Buurkerk had al meer dan 100 jaar geen orgel. Het oude orgel van Peter en Cornelis Gerritsz uit 1469/1473 en 1543/1546 was al in 1773 gesloopt. Al direct bij de oplevering merkte Richard Hol op dat het Witte-orgel te klein was voor de kerkruimte, en dat het eigenlijk een derde klavier zou moeten hebben. J. de Koff heeft in later jaren de dispositie nog met drie stemmen uitgebreid (Scherp IV-VI sterk, Clairon 4′ en Voix Céleste 8′).
In 1984 is het orgel gerestaureerd door Van Vulpen Orgelbouw uit Utrecht. Zij maakten een derde manuaal als positief, met gebruikmaking van oud Witte-pijpwerk uit 1855 (Remonstrantse Kerk, Leiden), 1872 (Prinsekerk, Rotterdam) en 1882 (Grote Kerk, Den Haag) en van pijpwerk uit 1931 uit de Gereformeerde Kerk van Amsterdam-Watergraafsmeer (vermoedelijk van De Koff). De door De Koff geplaatste registers werden weer verwijderd.
De Buurkerk was inmiddels de nieuwe vestiging van het museum ‘Van Speelklok tot Pierement’ (tegenwoordig Museum Speelklok) geworden. Op 23 november 1984 werd dit museum officieel geopend door koningin Beatrix. Het Witte-orgel werd op 19 december 1984 opnieuw in gebruik genomen met een bespeling door Mees van Huis en Gert Oost.
De dispositie van het Witte-orgel: (1883. In 1984 toevoeging van het positief)
HOOFDWERK (C – f3) 54 TOETSEN:
Grondstemmen: Prestant 16′, Prestant 8′, Violon 8′ – C-B uit Prestant, Roerfluit 8′, Octaaf 4′, Fluit 4′.
Combinatiestemmen: Quint 3′, Octaaf 2′, Cornet V sterk (4′) (from gis), Mixtuur IV-V sterk (2′), Fagot 16′, Trompet 8′.
ZWELWERK (C – f3) 54 TOETSEN:
Grondstemmen: Bourdon 16′, Holfluit 8′, Fluit Travers 8′ – C-B uit Holfluit, Salicet 8′, Viola 8′ – 1940/1984; C-B uit Salicet, Salicet 4′, Fluit 4′.
Combinatiestemmen: Nazard 3′, Flageolet 2′, Schalmy 8′, Dulciaan 8′, Tremulant.
POSITIEF (C – f3) 54 TOETSEN: Prestant 8′ – 1872/1984, Quintadeen 8′ – 1984; C-B gecombineerd met Prestant 8′, Holfluit 8′ – 1872/1984, Octaaf 4′ – 1872, Roerfluit 4′ – 1855, Doublet 2′ – 1931, Mixtuur III-IV sterk (1 1/3′) – 1984, Trompet 8′ – 1882.
PEDAAL (C – d1) 27 TOETSEN:
Grondstemmen: Prestant 16′ – C-E transmissie, Subbas 16′, Octaaf 8′, Bourdon 8′.
Combinatiestemmen: Quint 6′, Octaaf 4′, Bazuin 16′, Trombone 8′.
KOPPELINGEN: Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Zwelwerk, Hoofdwerk – Zwelwerk, Hoofdwerk – Positief, Positief – Bovenwerk.
SPEELHULPEN: Drie combinatietreden per klavier.
| Vulstem: | Samenstelling: |
| Mixtuur IV-V sterk (Hoofdwerk) | C: 2′ – 1 1/3′ – 1′. Fìs°: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. fìs°: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. fis’: 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′. fis”: 8′ – 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′. |
| Cornet V sterk (Hoofdwerk) | gìs°: 4′ – 2 2/3′ – 2′. b°: 8′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′. c’: 8′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′. |
| Mixtuur III-IV sterk (Positief) | C: 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c°: 2′ – 1 1/3′ – 1′. c’: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. c”: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. c”’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 2′. |
| Scherp IV-VI sterk (De Koff, Hoofdwerk, in 1984 verwijderd) | C: 1 1/3′ – 1′ – 2/3′ – 1/2′. c’: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 1′ – 2/3′ – 1/2′. c”: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 1′ – 2/3′. c”’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 1′. |
Dispositie Van ’t Kruijs (1885) Het Orgel in de Buurkerk te Utrecht heeft 31 sprekende stemmen, twee klavieren en vrij pedaal. In 1882 is dit werk door J.F. Witte (firma Bätz & Co.) uit Utrecht, geleverd.
Organist de Heer W. Petri.
HOOFDMANUAAL: Prestant 16′, Prestant 8′, Violon 8′, Roerfluit 8′, Octaaf 4′, Fluit 4′, Quint 3′, Octaaf 2′, Mixtuur 4, 5 st., Cornet 5 st., Fagot 16′, Trompet 8′.
BOVENMANUAAL: Salicet 8′, Bourdon 16′, Viola 8′, Fluit Travers 8′, Holfluit 8′, Fluit 4′, Salicet 4′, Nazard 3′, Flageolet 2′, Dulciaan 8′, Schalmei 8′, Crescendo voor het tweede Manuaal.
PEDAAL: Prestant 16′, Subbas 16′, Octaaf 8′, Bourdon 8′, Quint 6′, Octaaf 4′, Bazuin 16′, Trombone 8′.
STOMME REGISTERS: Koppelingen, Tremulanten, Ventiel, Calcant.
De dispositie vóór de verbouwing in 1984 was:
HOOFDWERK: Prestant 16′, Prestant 8′, Violon 8′, Roerfluit 8′, Octaaf 4′, Fluit 4′, Quint 3′, Octaaf 2′, Cornet V sterk (discant), Mixtuur IV-V sterk, Scherp IV-VI sterk, Fagot 16′, Trompet 8′, Clairon 4′.
ZWELWERK: Bourdon 16′, Holfluit 8′, Fluit Travers 8′, Salicet 8′, Voix Céleste 8′, Salicet 4′, Fluit 4′, Nasard 3′, Flageolet 2′, Schalmij 8′, Dulciaan 8′, Tremulant.
PEDAAL: Prestant 16′, Subbas 16′, Octaaf 8′, Bourdon 8′, Quint 6, Octaaf 4′, Bazuin 16′, Trombone 8′.









