Utrecht, Nicolaïkerk, Sweelinck-orgel

Foto’s: Wim Verburg © 2001 – 2005

De dispositie van het door Marcussen gebouwde Sweelinckorgel:

Hoofdwerk:
Roerfluit 8
Prestant 4
Woudfluit 2
Mixtuur 4 st.
Dulciaan 8
Nevenwerk:
Gedekt 8
Roerfluit 4
Prestant 2
Nasard 1 1/3
Cymbel 1 st.
Sesquialtera 2 st.
Pedaal:
Subbas 16
Gedekt 8
Quintadena 2
Fagott 16
Vox Humana 4

Koppelingen: Hoofdwerk – Bovenwerk, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Bovenwerk.
Speelhulpen: Tremulant.

Vulstem Samenstelling
Mixtuur IV sterk (Hoofdwerk) C: 1′ – 2/3′ – 1/2′ – 1/3′. c°: 1 1/3′ – 1′ – 2/3′ – 1/2′. c’: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c”: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. c”’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′.
Sesquialtera II sterk (Bovenwerk) C: 1 1/3′ – 4/5′. fìs°: 2 2/3′ – 1 3/5′.
Cymbel I sterk (Bovenwerk) C: 1/4′. c°: 1/2′. c’: 1′.