Utrecht, Vrije Evangelische Gemeente

  • gebouw van de Vrije Evangelische Gemeente was tot 1930 in gebruik bij de Protestantenbond, en van 1930 tot 1953 bij de Kerk van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland. De Koff bouwde hier in 1918 een kegelladen-orgel met een neogotisch front, het eerste instrument dat gebouwd werd onder advies van de Nederlandsche Orgel- en Klokkenraad. Het instrument werd in 1948 door N.A. van Dam verplaatst van de westelijke naar de oostelijke wand van de kerk. Hierbij werd een aantal registers op een pneumatische lade bijgeplaatst, en een zwelkast gemaakt. Van Dam plaatste het pijpwerk in een open opstelling en maakte een nieuw front. Van Vulpen restaureerde het in 1950, een maakte de wijzigingen van Van Dam ongedaan. Alleen de pneumatische pedaallade bleef bestaan.
  • Het orgel werd in de Orgelvriend van December 1994 te koop aangeboden. Vermeld werd dat het instrument uit 1910 dateert, maar dat is onjuist. De Vrij Evangelische Kerk bevindt zich tegenwoordig aan de Ivoordreef in Utrecht-Overvecht. Het is niet bekend wat er met het orgel gebeurd is.

Dispositie:

Hoofdwerk: C-g3  Prestant 8′, Fernfluit 8′ (vanaf c°), Roerfluit 8′, Octaaf 4′, Quint 3′, Octaaf 2′, Mixtuur III-IV sterk, Trompet 8′ – 1950.
Nevenwerk: C-g3  Holfluit 8′, Quintadeen 8′ – 1950, Fluit 4′, Gemshoorn 2′, Scherp II sterk – 1950.
Pedaal: C-f1 Bourdon 16′.
Koppelingen: Hoofdwerk – Nevenwerk, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Nevenwerk.