Villingen-Schwenningen, Evangelische Stadtkirche Schwenningen

Foto: Jorabe302, CC-BY-SA 4.0 (Wikimedia Commons)

Georg Friedrich Steinmeyer uit Oettingen bouwde in 1966 opus 2148. Een nieuw sleepladen-orgel met mechanische toetstractuur, elektrische registertractuur, 48 stemmen, 3 manualen en een vrij pedaal voor de Evangelische Stadtkirche in Villingen-Schwenningen (Baden-Württemberg) Duitsland. In 1985 is het orgel door een onbekende orgelmaker omgebouwd en verbeterd waarbij de dispositie werd gewijzigd. In 2009 is het instrument gesaneerd door een eveneens onbekende orgelmaker waarbij opnieuw verbeteringen zijn aangebracht.

Dispositie:

Hauptwerk (I): C – g3 (56 toetsen) Quintade 16′, Prinzipal 8′, Gedeckt/Flöte 8′, Spielflöte 8′, Oktave 4′, Gemshorn 4′, Quinte 2 2/3′, Oktave 2′, Cornet V, Mixtur IV, Trompete 8′.
Kronpositiv (II): C – g3 (56 toetsen) Gedeckt 8′, Quintade 8′, Praestant 4′, Koppelflöte 4′, Waldflöte 2′, Larigot 1 1/3′, Sesquialter II, Cymbel III, Cromorne 8′, Tremulant.
Schwellwerk (III): C – g3 (56 toetsen) Holzflöte 8′, Spitzgedackt 8′, Gamba 8′, Voix Céleste 8′, Weitprinzipal 4′, Rohrflöte 4′, Traversflöte 4′, Quintflöte 2 2/3′, Oktavflöte 2′, Terzflöte 1 3/5′, Blockflöte 1′, Dulzian 16′, Oboe 8′, Schalmey 4′, Tremulant.
Pedalwerk: C – f1 (30 toetsen) Prinzipal 16′, Subbass 16′, Quintbass 10 2/3′, Oktavbass 8′, Gedacktbass 8′, Violoncello 8′, Dolkan 4′, Nachthorn 2′, Rauschpfeife IV, Posaune 16′, Trompete 8′, Clairon 4′.
Koppelingen: II/I, III/I, III/II, I/Ped, II/Ped, III/Ped (als Wippers en als Pistons)
Speelhulpen: Setzerinstallatie, USB-Poort, Crescendowalze, Trede “Cr. an”.