Wommels, Jacobikerk

foto’s: © jancoschout@solcon.nl

Het orgel is gebouwd in 1847 door Radersma. Maar het front heeft het uiterlijk van een Van Dam-orgel. Het zou kunnen dat Radersma volgens een ontwerptekening van Van Dam heeft gewerkt. Hij heeft voor een deel pijpwerk van het vorige orgel opnieuw gebruikt. Pijpwerk uit de 17e eeuw bevindt zich nu in de holpijp 8, de mixtuur en de fluit 2. In de 19e en 20e eeuw is aan het orgel gewerkt: In 1868 door Hardorff na een brand in de kerk; in 1922 een vrij uitgebreide restauratie door Bakker & Timmenga. In beide gevallen zijn er enkele dispositiewijzigingen geweest.
In 1976 restaureerde Vermeulen het orgel, waarbij het pijpwerk hersteld en waar mogelijk in de oorspronkelijke staat teruggebracht. De trompet 8 werd vervangen door een nieuwe, en de in 1922 gereduceerde mixtuur werd aangevuld. De dulciaan is het enig overgebleven tongwerk van de orgelmakers Radersma.
De huidige dispositie:

Hoofdwerk: (C-f3)
Bourdon 16
Prestant 16 D
Prestant 8
Holpijp 8
Octaaf 4
Quint 3
Octaaf 2
Mixtuur 3-4 st.
Trompet 8 B/D

Bovenwerk: (C-f3)
Fluit Does 8 B/D
Salicinaal 8
ViooldeGamba 8
Fluit d’Amour 4
Fluit 2
Dulciaan 8 B/D

pedaal C-c1, aangehangen
Tremulant

Koppelingen: Manuaalkoppel.

Vulstem Samenstelling
Mixtuur III-IV sterk C: 2′ – 1 1/3′ – 1′. c’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′.