Zierikzee, Nieuwe Kerk

Tekst: Jan van der Male
De Nieuwe Kerk in Zierikzee heeft een bewogen geschiedenis. Allereerst het orgel van J.H.H. Bätz, dat van 1770 tot 1832 heeft gestaan. Een grote brand maakte een einde aan dak, interieur en orgel.
Kam & Van der Meulen bouwde het nieuwe orgel in 1847, tot volle tevredenheid van de bekende Samuel de Lange. In 1871 echter adviseerde hij het orgel meer volume te laten geven. J.F. Witte voerde daartoe een paar wijzigingen door.
In 1916 plaatste Van Dam enige strijkers op het bovenwerk, en zette alle bovenwerkregisters in een zwelkast.
Tijdens de 2e wereldoorlog werd de kerk behoorlijk beschadigd, en het orgel had te lijden onder regen en vocht. In 1947 herstelde
De Koff het orgel, en verving enige romantische registers door hoge stemmen.
Pas in 1996 was de laatste restauratie afgerond, waarbij Verschueren ook de wijzigingen van 1947 ongedaan heeft gemaakt.

De dispositie:

Hoofdwerk: (C-f3)
Prestant 16
Bourdon 16
Prestant 8
Roerfluit 8
Octaaf 4
Roerfluit 4
Quint 3
Octaaf 2
Mixtuur 3-5 st. 2′
Cornet 5 st.
Basson 16
Trompet 8
Zwelwerk: (C-f3)
Prestant 8
Baardpijp 8
Holpijp 8
Viool de Gambe 8
Octaaf 4
Open fluit 4
Zachtgedekt 4
Woudfluit 2
Carrillon II D
Echo Trompet 8
Dulciaan 8
Pedaal: (C-d1)
Prestant 16
Subbas 16
Octaafbas 8
Gedakt 8
Quint 6
Octaaf 4
Mixtuur 4 st. 2′
Bazuin 16
Trombone 8
Trompet 4
Cinq 2

Koppelingen: Hoofdwerk – Bovenwerk, Pedaal – Hoofdwerk.
Speelhulpen: 2 tremulanten.

Vulstem Samenstelling
Mixtuur III-V sterk (Hoofdwerk) C: 2′ – 1 1/3′ – 1′. Fìs°: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. fìs°: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1/1 3′ – 1′. fis’: 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. fis”: 8′ – 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′.
Cornet V sterk Discant (Hoofdwerk) c’: 8′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′.
Carillon II sterk (Bovenwerk) C: 4′ – 1 3/5′.
Ruispijp IV sterk (Pedaal) C: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 4/5′. c°: 2′ – 1 3/5′ – 1 1/3′ – 1′.