Zug, Katholische Pfarrkirche Sankt Michael

Foto’s: Bert Wisgerhof © 2002

De Sankt Michaelkirche in Zug is in 1902 gewijd. De kerk is gebouwd in neogotische stijl, maar in het interieur zijn veel Jugendstil-elementen te vinden. Er werd een orgel geplaatst door de firma Kuhn met 43 stemmen. Dit instrument is in 1965 vervangen door een geheel nieuw sleepladen-orgel met mechanische toetstractuur en elektro-pneumatische registertractuur, eveneens gebouwd door de firma Kuhn. Dit instrument werd in op 27 juni 1965 in gebruik genomen.

Dispositie:

Hauptwerk: C – g3 Principal 16′, Principal 8′, Rohrgedackt 8′, Gemshorn 8′, Octave 4′, Nachthorn 4′, Quinte 2 2/3′, Superoctave 2′, Blockflöte 2′, Terz 1 3/5′, Septime 1 1/7′, Mixtur 5-6 fach (1 1/3′), Zimbel 2-3 fach (1/2′), Zinke 8′.
Rückpositiv: C – g3 Gedackt 8′, Quintatön 8′, Praestant 4′, Rohrflöte 4′, Octave 2′, Larigot 1 1/3′, Sifflöte 1′, Scharf 4-5 fach (1′), Regal 16′, Krummhorn 8′.
Schwellwerk: C – g3 Bourdon 16′, Principal 8′, Flauto Major 8′, Gamba 8′, Unda Maris 8′, Suavial 4′, Koppelflöte 4′, Viola Alta 4′, Flageolet 2′, Terzian 1 3/5’+1 1/3”, Mixtur 5-6 fach (2′), Fagott 16′, Trompette Harmonique 8′, Clairon 4′, Tremulant.
Pedal: C – f1 Untersatz 32′, Principalbass 16′, Subbass 16′, Zartbass 16′, Principal 8′, Spillpfeife 8′, Octave 4′, Mixtur 4 fach (2 2/3′), Posaune 16′, Trompete 8′, Singendcornett 2′.
Koppelingen: Hauptwerk – Rückpositiv, Hauptwerk – Schwellwerk, Rückpositiv – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Rückpositiv, Pedal – Schwellwerk.