Father Willis bouwde in 1880 een nieuw mechanisch sleepladen-orgel met ene barkermachine op het Great, pneumatische toetstractuur voor het pedaal, gedecoreerde frontpijpen, 23 stemmen, 2 manualen en een vrij pedaal voor de Christ Church in Eastbourne (East Sussex) UK. Willis verbeterde het orgel in 1895. In 1916 werd het orgel door dezelfde firma gerenoveerd waarbij een elektrische windmotor werd geplaatst. In 1935 is het orgel door Willis gerestaureerd en schoongemaakt. In de Tweede Wereldoorlog liep het orgel schade op door vallend puin als gevolg van bombardementen. In 1948 is het orgel door Willis gerestaureerd en schoongemaakt waarbij een nieuwe zweltrede werd geplaatst. N.P. Mander heeft het orgel in 1975 gerestaureerd en schoongemaakt waarbij de kas opnieuw werd geschilderd. In 1998 werden deze werkzaamheden door dezelfde firma weer uitgevoerd. In 2008 voerde Nicholson verschillende reparaties uit waarbij de uit 1916 daterende windmotor werd vervangen. Het pedaalklavier is radiaal concaaf.
Dispositie:
GREAT (C – g3) 56 TOETSEN: Double Diapason 16′, Open Diapason 8′, Claribel Flute 8′, Dulciana 8′, Gamba 8′, Principal 4′, Flute Harmonique 4′, Twelfth 3′, Fifteenth 2′, Mixture III (17.19.22), Tromba 8′, Corno di Bassetto 8′.
SWELL (C – g3) 56 TOETSEN (IN ZWELKAST): Lieblich Gedact 16′, Open Diapason 8′, Lieblich Gedact 8′, Salicional 8′, Vox Angelica 8′, Gemshorn 4′, Cornopean 8′, Hautboy 8′.
PEDAL (C – f1) 30 TOETSEN: Open Diapason 16′, Bourdon 16′, Octave 8′.
KOPPELINGEN: Swell to Pedal, Swell to Great, Swell octave to Great, Swell suboctave to Great, Great to Pedal.
SPEELHULPEN: 4 composition pedals Great and Pedal; 3 composition pedals to Swell, plus one ‘rocking treadle’ for Gt-Ped.