Almelo, Grote Kerk

Foto’s: © Janco Schout

De fraaie orgelkas is het enige dat rest van het door A.A. Hinsz gebouwde orgel uit 1754. Het oorspronkelijke bouwjaar 1754 is volgens opgave van Hess. Er zijn echter geen archiefstukken die dit bewijzen. In 1873 werd het binnenwerk volledig vervangen door een nieuw orgel van Richard Ibach uit Barmen (Duitsland), opus 143 van deze firma. Op 22 december 1873 werd dit instrument in gebruik genomen. Gerrit van Leeuwen restaureerde het orgel in 1934. In 1954 vond een restauratie van de kerk plaats, en het binnenwerk van het orgel, dat in slechte staat verkeerde, werd verwijderd. De fa. Van Leeuwen bouwde een nieuw binnenwerk, waarbij met de oorspronkelijke dispositie werd rekening gehouden. Het orgel is in 1963 voltooid. Omdat Van Leeuwen VEKA-slepen had gebruikt, en de kerk met heteluchtverwarming werd verwarmd, traden er na enkele tientallen jaren grote problemen op. Enkele slepen braken zelfs, waardoor registers onbruikbaar werden. Een restauratie volgde door B.A.G. Orgelmakers, waarbij nieuwe slepen werden geplaatst. Ook werd de intonatie van het instrument aangepast, en milder gemaakt. Op 27 november 1990 is het gerestaureerde orgel weer in gebruik genomen met een bespeling door organist H.J. Brilman.

Dispositie  
Hoofdwerk: 
Quintadeen 16
Prestant 8
Roerfluit 8
Octaaf 4
Spitsfluit 4
Octaaf 2
Mixtuur VI-VIII sterk
Cymbel III sterk
Trompet 8
Rugwerk: 
Holpijp 8
Prestant 4
Roerfluit 4
Octaaf 2
Nasard 1 1/3
Sexquialter IV sterk
Scherp V sterk
Dulciaan 16
Kromhoorn 8
Tremulant
Borstwerk: 
Gedekt 8
Fluit 4
Prestant 2
Woudfluit 2
Sifflet 1
Cymbel III sterk
Regaal 8
Tremulant
Pedaal: 
Prestant 16
Octaaf 8
Octaaf 4
Mixtuur VI sterk
Fagot 32
Bazuin 16
Trompet 8
Schalmey 4
   
Koppelingen: Hoofdwerk – Rugwerk, Hoofdwerk – Bovenwerk, Pedaal – Hoofdwerk en Pedaal – Rugwerk.