Bodø, Bodø Domkirke, Hoofdorgel

Foto’s: Leon Beesemer © 2019

Voor de Domkirke in Bodø (Nordland) bouwde de firma Eule opus 675. Een nieuw sleepladen-orgel met mechanisch/elektrische toetstractuur en elektrische registertractuur, dat begin 2013 was voltooid. Het is een groot instrument met vier manualen en pedaal. Zowel boven op de galerij is een speeltafel geplaatst als beneden op het koor. Vanaf deze tweede speeltafel kan ook het in 2012 gebouwde koororgel worden bespeeld. Ook bevindt zich in deze tweede speeltafel een Physharmonika. De orgelkas is door Klaus-Jürgen Schöler uit Dresden ontworpen. Uit het vorige orgel van de kerk, gebouwd in 1956 door Jörgensen, wordt een aantal stemmen overgenomen. Het nieuwe orgel werd ingewijd op 14 april 2013, waarna Björn Andor Drage een concert op het orgel heeft gegeven.

Dispositie:

Hauptwerk (I. Manual): C – c4 Principal 16′, Principal 8′, VIola di Gamba 8′, Doppelflöte 8′ – 1956, Rohrflöte 8′, Octave 4′, Spitzflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Octave 2′, Cornett 5 fach (8′) (vanaf g°), Mixtur 4-5 fach (2′), Cymbel 3 fach (1 1/3′), Bombarde 16′, Trompete 8′, Trompeta Toledo 8′ – 1956; transmissie, Tuba Sonora 8′ – transmissie.
Oberwerk (II. Manual): C – c4 Quintatön 16′ (vanaf c°) – 1956, Principal 8′, Salicional 8′, Flaut Douce 8′, Bordun 8′ – 1956, Unda Maris 8′ (vanaf c°), Octave 4′, Koppelflöte 4′ – 1956, Nassat 2 2/3′, Waldflöte 2′, Terz 1 3/5′, Sifflöte 1′, Mixtur 4 fach (1 1/3′), Fagott 16′, Cromorne 8′, Trompeta Toledo 8′ – 1956; transmissie, Tuba Sonora 8′ – transmissie, Tremulant, Cymbelstern (8 Glöckchen).
Schwellwerk (III. Manual): C – c4 Bourdon 16′ – 1956, Geigenprincipal 8′, Flauto Traverso 8′, Gedackt 8′ – C-H 1956, Fernflöte 8′, Fugara 4′, Flöte 4′, Quintatön 2′ – 1956, Harmonia Aetherea 2-3 fach, Aeoline 16′ – doorslaande tongen, Clarinette 8′ – doorslaande tongen, Voix Humaine 8′, Trompeta Toledo 8′ – 1956; transmissie, Tuba Sonora 8′ – transmissie, Tremulant.
Orchestral (IV. Manual): C – c4 Contra Viola 16′, Concert Flute 8′, Viol d’Orchestre 8′, Voix Céleste 8′ (vanaf c°), Flûte Octaviante 4′, Violine 4′, Violterz 3 1/5′, Violquinte 2 2/3′, Violseptime 2 2/7′, Gambette 2′, Basson 16′, Trompette Harmonique 8′, Hautbois 8′, Clairon Harmonique 4′, Tremulant.
Solo: C – c4 Trompeta Toledo 8′ – 1956, Tuba Sonora 8′ – gereserveerd.
Zweitspieltisch: Physharmonika 16′, Physharmonika 8′ – extension.
Pedal: C – g1 Untersatz 32′ – extension, Principal 16′ – C-h 1956, Violon 16′, Subbaß 16′ – 1956, Harmonikabaß 16′ – transmissie, Bourdonbaß 16′ – transmissie, Gedacktbaß 16′ – transmissie, Octavbaß 8′, Violoncello 8′ – extension, Baßflöte 8′ – 1956; extension, Octave 4′, Flötenbaß 4′ – 1956; extension, Mixturbass 4 fach (2 2/3′) – 1956, Contraposaune 32′ – extension, Posaunenbaß 16′, Bassonbaß 16′ – transmissie, Fagottbaß 16′ – transmissie, Trompetenbaß 8′, Trompete Toledo 8′ – 1956; transmissie, Tuba Sonora 8′ – transmissie, Clairon 4′ – 1956, Tuba Sonora 4′ – transmissie.