Foto’s: Arie van der Wolf © 2025
Het mechanische sleepladen-orgel van de Moriakerk in Capelle aan den IJssel (Zuid-Holland) NL, is op 7 november 1995 in gebruik genomen. Adviseurs bij de bouw waren D. den Engelsman en P.J. Wols van de VOGG. Bij de oplevering had het instrument slechts één klavier. Het gehele bovenwerk was gereserveerd en er was rekening gehouden met de ruimte. Het instrument is opus 1 van de Rijssense orgelmaker Ide Boogaard. Het oude orgel van het kerkgebouw die tot de Gereformeerde Gemeenten behoort, werd gemaakt door Bakker & Timmenga in 1898, en stond sinds 1968 in Capelle. Dit instrument werd ingenomen door Boogaard en kwam na een reconstructie in Waddinxveen te staan. Het Bovenwerk van het nieuwe orgel werd in mei 2001 opgeleverd. Op 2 juni 2001 verzorgde Paul J. Wols ter gelegenheid van de ingebruikneming van dit Bovenwerk, een concert. De toonhoogte is a’ = 440 Hz. De stemmingstemperatuur is Neidhardt, de winddruk is 68 mm en de windvoorziening bestaat uit 1 spaanbalg.
Dispositie:
HOOFDWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Bourdon 16′ (B/D), Prestant 8′ – discant dubbelkorig, Holpijp 8′, Octaaf 4′ – bas apart speelbaar, Flagfluit 4′, Quintfluit 3′ – discant apart speelbaar, Octaaf 2′, Terts 1 3/5′ – discant apart speelbaar, Mixtuur IV-V sterk (B/D), Cornet V sterk (discant), Trompet 8′ (B/D).
BOVENWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Baarpijp 8′, Quintadeen 8′, Viola di Gamba 8′, Prestant 4′, Roerfluit 4′, Nasard 3′, Fluit 2′, Vox Humana 8′, Tremulant.
PEDAAL (C – f1) 30 TOETSEN: Subbas 16′, Octaaf 8′, Bazuin 16′, Cornet 4′.
KOPPELINGEN: Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Bovenwerk, Hoofdwerk – Bovenwerk.



