Doesburg, Martinikerk, Koororgel

Foto’s: Rien van Binnendijk © 2026

Op 15 april 1945 werd door de Duitsers de toren van de Martinikerk in Doesburg opgeblazen, waardoor het middenschip grotendeels werd verwoest. Daarbij ging ook het orgel van E. van Gelder & Zn. uit 1828 verloren. In 1953 plaatste Flentrop een nieuw mechanisch sleepladen-orgel met 12 stemmen, 2 manualen en een vrij pedaal in het koor van de kerk, dat inmiddels weer in gebruik was genomen. Een bijzonder detail is dat de pijpen van de Musette 8′ voor de koperen frontpijpen staan opgesteld.

Het oorspronkelijke plan was het koororgel na herstel van het gehele kerkgebouw als rugwerk zou worden geplaatst voor een nieuw hoofdorgel. Het rugwerk zou dan ook voorzien worden van een eigen speeltafel, en geplaatst worden op een onderste galerij, waar ook het koor kwam te staan, terwijl hoofdwerk en pedaal op de bovenste galerij zouden worden geplaatst. Deze plannen zijn nooit doorgegaan.

In 2001 is het instrument gereviseerd door de firma Flentrop.

De dispositie van het Flentrop-orgel: (1953)

HOOFDWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Prestant 8′, Roerfluit 8′, Octaaf 4′, Vlakfluit 2′, Mixtuur IV-VI sterk (1 1/3′), Musette 8′.
NEVENWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Holpijp 8′, Roerfluit 4′, Prestant 2′, Nasard 1 1/3′, Scherp II-III sterk (1/2′).
PEDAAL (C – d1) 27 TOETSEN: Bourdon 16′.
KOPPELINGEN: Hoofdwerk – Nevenwerk, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Nevenwerk.