Foto’s: © Wim Verburg
De dispositie van het L. Verschueren-orgel: 1936
ONDERWERK (C – c4) 61 TOETSEN: Prestant 8, Spitsfluit 8, Octaaf 4, Blokfluit 4, Mixtuur 3-4 st. 1 1/3, Trompet 8.
BOVENWERK (C – c4) 61 TOETSEN: Hoornprestant 8, Koppelfluit 8, Dulciana 8, Nachthoorn 4, Zwegel 2, Terts 1 3/5, Gemskwint 1 1/3, Tremolo.
PEDAAL (C – g1) 32 TOETSEN: Subbas 16, Octaafbas 8.
SPEELHULPEN (O.A.): Vaste combinaties, 1 vrije combinatie, Pianopedaal, Generaal Crescendo, Hoofdorgel Af, Prestantenkoor, Volkszang.
KOPPELINGEN: I+II, P+I, P+II, P+P 4′, I+II 16′.
Een heel bijzondere eigenschap van dit orgel is, dat het orgel is verbonden met het hoofdorgel. Beide orgels zijn te bespelen vanaf beide speeltafels.
Het hoofdorgel is ook te bespelen vanaf het koororgel, en omgekeerd. Indertijd is voor deze mogelijkheid gekozen. De nadelen van de absorberende materialen van de kerkmuren enz. werden zo ondervangen. De dispositie van het hoofdorgel staat op een aparte bladzijde.






