Freudenstadt, Evangelische Stadtkirche, Hoofdorgel

Foto: Johan ter Maten © 2006, Bron www.orgelsitesimon.nl

De firma Reinhart Tzschöckel bouwde in 1981/1982 twee nieuwe orgels voor de Stadtkirche te Freudenstadt. Het hoofdorgel met mechanische toetstractuur, elektrische registertractuur en sleepladen is in 1982 voltooid. Uit het orgel dat in 1951 door Weigle was gebouwd werden enkele registers overgenomen. Het hoofdorgel is opgesteld op de kerkvloer aan de noordzijde van de kerk. Vanaf het vierde manuaal kan het kleine orgel, het zogenaamde ‘Schott-Orgel’ worden bespeeld.

Dispositie:
Hauptwerk: C-a3 Pommer 16′, Principal 8′, Spitzgambe 8′, Holzflöte 8′, Oktave 4′, Traversflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Superoktave 2′, Mixtur 5 fach (1 1/3′), Zimbel 3 fach (1/2′), Cornett 5 fach (from a), Fagott 16′, Trompete 8′, Tremulant.
Positiv: C-a3 Gedeckt 8′ – 1951, Quintade 8′, Principal 4′, Rohrflöte 4′, Nasard 2 2/3′, Oktave 2′, Waldflöte 2′, Terz 1 3/5′, Blockflöte 1′ – 1951, Scharff 4 fach (1′), Rankett 16′, Krummhorn 8′, Tremulant.
Schwellwerk: C-a3 Gedeckt 16′ – 1951, Geigenprincipal 8′, Panflöte 8′, Salizional 8′, Vox Coelestis 8′, Oktave 4′, Spitzflöte 4′ – 1951, Doublette 2′, Larigot 1 1/3′, Harmonia Aetheria 2 fach (2 2/3′) – 1951, Mixtur 5 fach (2 2/3′), Trompette Harmonique 8′, Hautbois 8′ – 1951, Tremulant.
Pedal: C-f1 Principal 16′, Subbaß 16′ – 1951, Quinte 10 2/3′ – 1951, Oktave 8′, Gemshorn 8′ – 1951, Superoktave 4′, Flötgedeckt 4′ – 1951, Nachthorn 2′ – 1951, Zink 3 fach (5 1/3′) – 1951, Rauschpfeife 4 fach (2 2/3′) – 1951, Posaune 16′, Tromba 8′, Schalmey 4′, Tremulant.
Koppelingen: Hauptwerk – Positiv, Hauptwerk – Schwellwerk, Hauptwerk – IV. Manual, Positiv – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Positiv, Pedal – Schwellwerk, Pedal – IV. Manual, Generalkoppel.
Speelhulpen: 8-voudige Setzer, 1 vrije pedaalcombinatie, Walze, Principalpleno, Zungenpleno, Tutti, Zungen ab, Mixturen ab, Schott-Orgel an, Hauptorgel Pedal ab, Tremulanten ab.