Foto: Cmcmcm1, CC-BY-SA 4.0 (Wikimedia Commons)
Het huidige Nelson-Krawinkel-Orgel gaat terug op een instrument wat in 1904 door de firma H.J. Nelson & Co met 13 stemmen, 2 manualen en vrij pedaal is gebouwd voor de United Reformed Church in Crook bij Durham (Durham) UK, is gebouwd. In 2008-2009 werd dit instrument verkocht aan de Sankt Bartholomäuskirche in Gackenbach (Rheinland-Pfalz) Duitsland. Elmar Krawinkel breidde het instrument uit met Engels pijpwerk tot 28 stemmen en sloot ook het Göckel-orgel via een BUS-Systeem aan op de centrale speeltafel van het Nelson-orgel. Hierdoor kunnen beide instrumenten tegelijk of ieder afzonderlijk bespeeld worden. In
In 2011-2012 werd het orgel uitgebreid met een Contra Trumpet 32′ (12 tonen als transmissie) en een rank met Open Diapason 16′ en 8′ in Great, met transmissies naar het pedaal.
In 2016 werd de 2 manuaals speeltafel uitgebreid naar 4 manualen. Er werd een nieuw Solowerk toegevoegd. Het front werd in de hoogte uitgebreid om het Solowerk aan het oog te onttrekken.
In 2017 is een hogedruk-Tuba aan het orgel toegevoegd. Het orgel heeft nu 43 stemmen (exclusief de registers van het Göckel-orgel), 4 manualen en een vrij pedaal. De tractuur is elektrisch. Door al deze ingrepen is het Nelson-Krawinkel-orgel het Hoofdorgel van de kerk geworden. Het pedaalklavier is radiaal concaaf. Totaal heeft het orgel 64 stemmen.
Dispositie:
I. GREAT (C – c4) 61 TOETSEN: Double Open Diapason 16′, 1st Open Diapason 8′, 2nd Open Diapason 8′, 3rd Open Diapason 8′, Hohlflute 8′, Dulciana 8′, Principal 4′, Wald Flute 4′, Quinte 2 2/3′, Fifteenth 2′, Double Trumpet 16′, Trumpet 8′, Oboe 8′, Clarine 4′.
II. SWELL (C – c4) 61 TOETSEN: Open Diapason 8′, Lieblich Gedackt 8′, Viol d’Orchestra 8′, Vox Celeste 8′, Salicet 4′, Double Trumpet 16′, Cornopean 8′, Trumpet 8′, Clarine 4′, Tremulant.
III. SOLO SWELL (C – c4) 61 TOETSEN: Claribel Flute 8′, Gamba 8′, Celeste 8′, Flauto Traverso 4′, Mixtur III 2′, Trumpet 8′, Orchestral Oboe 8′, Orchestral Clarinet 8′, Tremulant.
AUXILIAR: Tuba 8′ (hoge druk).
IV. RÉCIT EXPRESSIF (C – c4) 61 TOETSEN: Bourdon 16′, Montre 8′, Flûte Harmonique 8′, Bourdon 8′, Gambe 8′, Voix Céleste 8′, Prestant 4′, Flûte Octaviante 4′, Doublette 2′, Octavin 2′, Plein Jeu III-IV 2′, Cornet III 2 2/3′, Trompette 8′, Basson-Hautbois 8′, Voix Humaine 8′, Tremblant.
PEDAL (C – f1) 30 TOETSEN: Harmonik Bass 32′, Contra Bourdon 32′, Open Diapason 16′, Bourdon 16′, Open Diapason 8′, Bass Flute 8′, Fifteenth 4′, Contra Trumpet 32′, Double Trumpet 16′, Trumpet 8′, Clarine 4′.
PEDAL GÖCKEL-ORGEL (C – f1) 30 TOETSEN: Flûte 16′, Soubasse 16′, Basse 8′, Bourdon 8′, Bombarde 16′, Trompette 8′.
KOPPELINGEN: Normalkoppeln: II/I, III/I, IV/I, III/II, I/P, II/P, III/P, IV/P, Suboktavkoppeln: II/II, III/III, IV/IV, Superoktavkoppeln: II/II, III/III.
SPEELHULPEN: Setzeranlage, Registercrescendotritt.
