Garyp, Andreastsjerke

Foto’s: Michiel van ’t Einde © 2011

In 1898 bouwde Van Dam een nieuw mechanisch sleeplade-orgel met één manuaal en aangehangen pedaal voor de Gereformeerde Kerk in Garijp. In 1915 plaatste de firma Van Dam een Trompet 8′ op een gereserveerde plaats op de windlade. In 1955 werkte R. Kamp aan het instrument. Hij breidde het orgel uit met een vrij pedaal met drie stemmen: Subbas 16′, Octaafbas 8′ en Koraalbas 4′. Om dit te kunnen plaatsen maakte hij de orgelkas dieper. In 1963 verhuisde de firma Harkema het orgel van de torenwand naar de tegenoverliggende galerij en breidde het uit met een Bovenwerk, voornamelijk samengesteld uit bestaand materiaal. Harkema verving de Cornet door een Mixtuur, maar gebruikte twee koren van de Cornet voor een Sesquialter op het nieuwe klavier. dhr. J.R. Groustra uit Leeuwarden was adviseur bij deze ingrijpende verbouwing. Op 29 augustus 1963 werd het orgel weer in gebruik genomen. In 1985 heeft Harkema de Koraalbas 4′ van het pedaal door een Fagot 16′ vervangen. Het orgel is in 1999/2000 gerestaureerd door Mense Ruiter en in mei 2000 weer in gebruik genomen. Bij deze restauratie, onder advies van Jan Jongepier, werd het eerste manuaal volledig hersteld in de oorspronkelijke opzet, met behoud van de Trompet uit 1915. Het tweede klavier werd tot een Dwarswerk omgebouwd, waardoor het geheel beter in de kas paste. Ook is de dispositie van dit manuaal veranderd. Eind mei 2000 is het orgel weer in gebruik genomen. De Gereformeerde Kerk draagt sinds de vorming van de PKN de naam “Andreastsjerke”.

Dispositie:

Hoofdwerk:
Bourdon 16′ (discant)
Prestant 8′
Holpijp 8′
Violon 8′ – C-H uit Holpijp
Octaaf 4′
Fluit Travers 4′
Quintprestant 3′
Octaaf 2′
Cornet III sterk (discant) – 1898/2000
Trompet 8′ – 1915

Dwarswerk:
Fluit Dolce 8′
Salicionaal 8′ – ca. 1910
Salicet 4′ – ca. 1860
Fluit d’Amour 4′ – 2000
Quintfluit 3′ – 2000
Woudfluit 2′ – 1963
Tremulant

Pedaal:
Subbas 16′ – 1955
Octaaf 8′ – 1955
Fagot 16′ – 1985

Koppelingen:
Hoofdwerk – Dwarswerk
Pedaal – Hoofdwerk