Gorinchem, Grote Kerk

Foto’s: Willemijn Hissink © 2026

De Grote Kerk aan de Groenmarkt 7 in Gorinchem is in 1851 gebouwd, op de plaats van het vorige middeleeuwse kerkgebouw. Het oude orgel, door J.H.H. Bätz gemaakt in 1761 werd gedemonteerd en opgeslagen. In dit orgel zat ook pijpwerk uit 1666 van Cousijns verwerkt. Op aandringen van Witte werd er besloten om een nieuw orgel te laten maken in een sobere kas, waarbij veel pijpwerk van Bätz & Cousijns opnieuw gebruikt kon worden. De dispositie van het instrument week echter aanzienlijk af van het werkstuk van Bätz. Op 14 september 1853 is het orgel door D.H. Dijkhuizen en J.A. van Eyken gekeurd. Op 18 september 1853 bespeelde Van Eyken het bij de ingebruikname.

Na bijna honderd jaar kreeg Sanders in 1943 de opdracht om het orgel te restaureren. Deze restauratie kon pas in 1954 starten. De werkzaamheden zijn voltooid door K.B. Blank in 1960. De restauratie is grotendeels technisch herstel, maar ook de dispositie is gewijzigd. Op het rugpositief werd een Sesquialter geplaatst waarvoor een Fluit Travers 8′ moest wijken, terwijl op een kantsleep een Dulciaan is bijgeplaatst. Het hoofdwerk is vergroot met een Sesquialter en de Mixtuur is uitgebreid. Het bovenwerk is vergroot met een Scherp. Adviseurs waren Feike Asma, Jan Bonefaas en dr. H.L. Oussoren. Op 24 maart 1960 werd het instrument weer in gebruik genomen.

Een nieuwe restauratie was noodzakelijk na de grondige restauratie van de kerk. De werkzaamheden werd uitgevoerd door Van Vulpen in de jaren 1979 en 1980. Adviseurs waren Feike Asma, Jan Bonefaas, Hans van der Harst en Maarten Vente. De dispositiewijzigingen van 1960 bleven gehandhaaft. De laatste fase van deze restauratie werd in mei 1987 voltooid. Hierbij is het pedaal gerestaureerd evenals de buitenzijde van de orgelkas. De Scherp van het Bovenwerk is in 2008 vervangen door een Carillon. Het Bovenwerk is in 2007 in een zwelkast geplaatst.

Pels & Van Leeuwen heeft het orgel in de jaren 2010-2011 gerestaureerd en geheel gereconstrueerd in de oorspronkelijke toestand. De dispositie is gereconstrueerd, het orgel is helemaal gereinigd en de winddruk is lager gemaakt. Adviseurs bij de werkzaamheden waren Ton van Eck en Rudi van Straten, in samenwerking met de organist van de kerk, Gerben Budding. Op 4 februari 2012 vond de feestelijke heringebruikname plaats met ’s avonds een concert door Gerben Budding.

De windvoorziening bestaat uit 4 spaanbalgen + windmotor. De toonhoogte is a’ = 438 Hz. De stemmingstemperatuur is gelijkzwevend. De winddruk is 79 mm. 

Dispositie:

HOOFDWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Prestant 16′ – 1761/1853, Bourdon 16′ – 1761/1853, Prestant 8′ – 1761/1853, Roerfluit 8′ – 1761, Octaaf 4′ – 1761/1853, Nachthoorn 4′ – 1761/1853, Quint 3′ – 1761, Octaaf 2′ – 1761/1853, Cornet V sterk (8′) (discant) – 1853, Mixtuur III-V sterk (2′) – 1761/1853/1960, Scherp II-IV sterk (1′) – 2011, Fagot 16′ – 1761/1853, Trompet 8′ – 1761/1853, Tremulant – 1960.
RUGWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Prestant 8′ – 1761, Holpijp 8′ – 1761, Fluit Travers 8′ (discant) – 2011, Octaaf 4′ – 1761, Fluit 4′ – 1761, Quint 3′ – 1761, Octaaf 2′ – 1761, Cornet V sterk (8′) – 1853, Mixtuur III-VI sterk (1 1/3′) – 1761, Trompet 8′ – 1853, Dulciaan 8′ – 1960, Tremulant – 1960.
BOVENWERK (IN ZWELKAST) (C – f3) 54 TOETSEN: Prestant 8′ – 1761; C-Dis uit Baarpijp, Baarpijp 8′ – 1761/1853, Viola 8′ – 1761, Quintadeen 8′ – 1761, Salicet 4′ – 1761, Roerfluit 4′ – 1761, Nazard 3′ – 1761/1853, Woudfluit 2′ – 1761, Carillon II-III sterk (1 3/5′) – 2008, Schalmij 8′ – 1761, Vox Humana 8′ – 1761/1853, Tremulant – 2011.
PEDAAL (C – d1) 27 TOETSEN: Prestant 16′ – 1853, Subbas 16′ – 1853, Octaafbas 8′ – 1853, Gedekt 8′ – 2002, Roerquint 6′ – 2002, Octaaf 4′ – 1853, Bazuin 16′ – 1853, Trombone 8′ – 1853, Trompet 4′ – 2002.
KOPPELINGEN: Hoofdwerk – Bovenwerk, Hoofdwerk – Rugwerk, Pedaal – Hoofdwerk.
SPEELHULPEN: Vier Afsluiters, Ventiel.

Vulstem Samenstelling
Cornet V sterk discant (Hoofdwerk) c’: 8′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′.
Mixtuur IV-VII sterk (Hoofdwerk) C: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 1/2′. c°: 2 2/3′ – 2′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 1′. f°: 4′ – 2 2/3′ – 2 2/3′ – 2′ – 2′ – 1 1/3′. c’: 4′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 2′ – 1 1/3′- 1 1/3′. c”: 4′ – 4′ – 2 2/3′ – 2 2/3′ – 2′ – 2′ – 1 1/3′.
Cornet V sterk discant (Rugwerk) c’: 8′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′.
Mixtuur IV sterk (Rugwerk) C: 1 1/3′ – 1′. Fìs°: 2′ – 1 1/3′ – 1′. fìs°: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. fis’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. fis”: 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′.
Carillon II-III sterk (Bovenwerk) C: 1 3/5′ – 1′. c°: 4′ – 1 3/5′ – 1′. c’: 8′ – 4′ – 1 3/5′.