Heilbronn, Nikolaikirche

Foto: Onbekend

Onder advies van Walter Lutz en Fritz Werner bouwde de firma Friedrich Weigle in 1951 een nieuw orgel met mechanische tractuur en sleepladen voor de manualen en pneumatiek en een kegellade voor het pedaal, voor de herbouwde Nikolaikirche te Heilbronn. Het front werd door Hannes Mayer ontworpen. Op 2 september 1951 is het instrument in gebruik genomen. In 1968 werd het orgel uitgebreid met drie registers op het Hauptwerk die op een aparte windlade werden geplaatst. Op het Schwellwerk werd een tremulant geplaatst. Het orgel is in 1991 door de firma Mühleisen gereviseerd. Er werd een nieuwe elektrische tractuur voor de registers aangelegd en een setzer-inrichting met 64 combinaties.

Dispositie:

Hauptwerk: Quintade 16′, Prinzipal 8′, Gemshorn 8′, Oktave 4′, Gedecktflöte 4′ – 1968, Nasat 2 2/3′ – 1968, Feldflöte 2′, Mixtur 6 fach, Quartan 2 fach – 1968, Trompete 8′.
Rückpositiv: Gedeckt 8′, Rohrflöte 4′, Prinzipal 2′, Terzian 2 fach, Scharffzimbel 3 fach.
Schwellwerk: Flöte 8′, Salizional 8′, Prinzipal 4′, Nachthorn 4′, Blockflöte 2′, Spitzquinte 1 1/3′, Sifflöte 1′, Mixtur 4-5 fach, Dulzian 8′, Tremulant – 1968.
Pedal: Subbass 16′, Gedecktbass 8′, Oktavbass 8′, Choralbass 4′ – gecombineerd met Oktavbass, Flöte 4′, Flöte 2′ – gecombineerd met Flöte 4′, Hintersatz 4 fach, Posaune 16′, Trompete 8′ – gecombineerd met Posaune.
Koppelingen: Hauptwerk – Rückpositiv, Hauptwerk – Schwellwerk, Rückpositiv – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Rückpositiv, Pedal – Schwellwerk.
Speelhulpen: 64-fache Sezterkombinationen – 1991.