Foto: ErwinMeier, CC-BY-SA 4.0 (Wikimedia Commons)
- Het kleine orgel in de Nicolaikirche in Herzberg is door Martin Haspelmath in 1982 gebouwd met gebruikmaking van verschillende oudere onderdelen. Het heeft een hoofdkas met en een positief dat later werd geplaatst. De hoofdorgelkas werd in het jaar 1932 door Paul Ott toegevoegd als Rückpositiv aan een orgel van Johann Kuhlmann uit 1825. Bij een restauratie van dit Kuhlmann-orgel in 1978-1979 is het Rückpositiv weggehaald. Martin Haspelmath heeft dit positief omgebouwd tot een zelfstandig mechanisch sleepladen-orgel voor de Nicolaikirche in Herzberg am Harz. Adviseur tijdens de bouw was Hans-Ulrich Funk, organist van deze kerk. Haspelmath heeft het orgel aangepast door de Quinte te vervangen door een Krummhorn 8′ en de Octave 2′ door een Flageolet 2′. Het pedaal was oorspronkelijk aangehangen. Later plaatste men een Subbaß 16′ van Furtwängler uit 1870 op het pedaal.
- In 1988 is het orgel gereviseerd door Rudolf Janke. Hij heeft ook de dispositie gewijzigd. De Flageolett werd vervangen door een Octave 2′ van Krell (1870), delen van de Gedact 8′ en Principal 4′ werden vervangen, waarbij gebruik werd gemaakt van pijpen van Krell (1870) voor de Gedact en van Engelhardt (1859) voor de Octave. Het orgel werd uitgebreid met een Gambe 8′ (vanaf a°, Krell 1870). Hans-Ulrich Funke voegde in 1992 een Violon 8′ toe aan het pedaal, gebouwd door Euler in 1830, en heeft de Krummhorn door een Nassat 3′ van Ott (1968) vervangen. De firma Krawinkel stemde het orgel in 2004 in een Bach-Kellner-temperatuur.
- Een nieuw positief werd later aan het orgel toegevoegd door Jens Steinhoff. Met deze toevoeging is ook het originele instrument herbouwd, maar met een andere dispositie. De registertrekkers van het positief zijn aan de achterzijde van de positiefkast geplaatst, achter de organist. Het pijpwerk voor het pedaal staat vrijstaand achter het orgel.
Dispositie:
Werk (C-f3): 54 toetsen Rohrfloete 8′, Viola di Gamba 8′ (from c°), Praestant 4′, Gedactkflöte 4′, Octava 2′ – 1870, Quinta 1 1/2′.
Rückpositiv (C-f3): 54 toetsen Copula 8′, Gembshorn 4′, Fugara 4′, Nassat 3′ – 1968, Octava 2′, Tertia 1 3/5′.
Pedal (C-d1): 27 toetsen Subbass Violon 16′ + 8′ – 1870 / 1830.
Koppelingen: Manualkoppel (Schiebekoppel), Pedal – Werk.
Speelhulpen: Tremulant.
