Hildesheim, Katholische Pfarrkirche Sankt Mauritius

Foto: Ansichtkaart

Cornelis en Michaël Slegel bouwden in de jaren 1566-1568 een nieuw orgel voor de Andreaskirche in Hildesheim. Bij de bouw hebben zij gebruik gemaakt van een bestaand rugpositief. In de jaren 1687-1689 is het instrument door Martin Vater overgeplaatst naar de Sankt Mauritiuskirche. Het is daarbij omgebouwd en uitgebreid met een vrij pedaal en twee pedaaltorens. In 1978 is een nieuw sleepladen-orgel met mechanische toetstractuur en elektrische registertractuur in de oude orgelkas geplaatst door de firma Gebrüder Hillebrand. In 2008 voerde Hillebrand groot onderhoud uit. Er werd toen ook een moderne setzerinstallatie geplaatst. De stemmingstemperatuur is evenredig zwevend en de winddruk is 72 mm.

Dispositie:

Hauptwerk: C – g3 Quintade 16′, Prinzipal 8′ – 1689, Rohrflöte 8′, Octave 4′, Nachthorn 4′, Quinte 2 2/3′, Waldflöte 2′, Mixtur 4-6 fach (1 1/3′), Cymbel 2 fach (1/2′), Trompete 8′.
Rückpositiv: C – g3 Holzgedackt 8′, Prinzipal 4′ – 1689, Blockflöte 4′, Hohlflöte 2′, Octave 1′, Cymbel 3 fach (2/3′), Krummhorn 8′.
Brustwerk: C – g3 Bleigedackt 8′, Quintade 8′, Holzprinzipal 4′, Koppelflöte 4′, Oktave 2′, Quinte 1 1/3′, Sesquialtera 2 fach, Scharff 5 fach (1′), Dulzian 16′, Tremulant.
Pedal: C – f1 Prinzipal 16′ – 1689, Subbaß 16′, Oktavbaß 8′, Gedackt 8′, Choralbaß 4′, Mixtur 5 fach (2 2/3′), Posaune 16′.
Koppelingen: Hauptwerk – Rückpositiv, Hauptwerk – Brustwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Rückpositiv, Pedal – Brustwerk.
Speelhulpen: Setzerkombinationen – 2008.