Kerkrade, Abdijkerk Rolduc

De foto’s op deze pagina: Gérard van Betlehem © 2002.
Geen enkele foto van deze pagina mag worden overgenomen,
tenzij na verkregen voorafgaande schriftelijke toestemming.
Voor contact: gerard@betlehem.nl

De dispositie van het Klais-orgel: (1932, met pijpwerk van Peereboom)

Hauptwerk: (C-a3)
Bourdon 16
Principal 8
Nachthorn 8
Offenflöte 8
Dulciana 8
Praestant 4
Rohrflöte 4
Quint 2 2/3
Gemshorn 2
Mixture IV-VI
Bombarde 16
Trompete 8
Clairon 4
Schwellwerk: (C-a3)
Liebl. Gedackt 16
Sing. Principal 8
Spitzflöte 8
Salicional 8
Vox Celeste 8
Octave 4
Traversflöte 4
Schweizerpfeife 2
Nachthorn 2
Cymbal IV
Sesquialtera II
Trompet. Harm. 8
Vox Humana 8
Positiv: (C-a3)
Rohrflöte 8
Gemshorn 8
Sing. Principal 4
Blockflöte 4
Flageolett 2
Spitzquinte 1 1/3
Krummhorn 8

Pedal: (C-g1)
Principal 16
Subbass 16
Echobass 16
Quintbass 10 2/3
Octavbass 8
Bassflöte 8
Choralbass 4
Rauschpfeife III-IV
Posaune 16

Koppelingen: Hoofdwerk – Positief, Hoofdwerk – Récit, Positief – Récit, Suboctaafkoppel Hoofdwerk – Positief, Suboctaafkoppel Hoofdwerk – Récit, Superoctaafkoppel Hoofdwerk – Récit, Suboctaafkoppel Positief – Récit, Superoctaafkoppel Positief – Récit, Suboctaafkoppel Positief, Suboctaafkoppel Récit, Superoctaafkoppel Récit, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Positief, Pedaal – Récit, Superoctaafkoppel Pedaal – Récit.
Speelhulpen: 2 vrije combinaties, 6 vaste combinaties (pp – p – mf – f – ff – tutti), Register-crescendo.