Köthen (Anhalt), Sankt Agnuskirche (“Bach-Kirche”) Hoofdorgel

Foto: Bert Wisgerhof © 2006

  • In 1881 bouwde Wilhelm Rühlmann een drieklaviers orgel voor de Sankt Agnuskirche te Dessau. Het instrument werd eerst tentoongesteld op de Gewerbe- und Industrie-Ausstellung in Halle an der Saale. Het orgel is in 2000 gerestaureerd door Reinhard Hüfken.
  • Er zijn enkele kleine verschillen tussen de dispositie-opgave van de tentoonstelling en die van het orgel in de kerk. Op het tweede manuaal staat een extra Salicional 8′, op het pedaal een Trompete 8′ en op het derde manuaal is de Salicional vervangen door een Dolce 8′. Mogelijk zijn deze wijzigingen uitgevoerd bij de plaatsing in de kerk, of de opgave van de tentoonstelling was onjuist.
  • Het mechanische kegelladen-orgel staat tegenwoordig in de Sankt Agnuskirche (Bachkirche) in Köthen (Sachsen-Anhalt).

Dispositie:

Hauptwerk: C – f3 Prinzipal 16′, Prinzipal 8′, Gambe 8′, Hohlflöte 8′, Gedackt 8′, Oktave 4′, Rohrflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Oktave 2′, Mixtur 4 fach, Trompete 8′.
Oberwerk: C – f3 Bordun 16′, Geigenprinzipal 8′, Flauto Traverso 8′, Gedackt 8′, Salicional 8′, Fugara 4′, Flauto Amabile 4′, Cornett 3 fach (vanaf c°), Clarinette 8′ – doorslaande tongen.
Schwellwerk: C – f3 Dolce 8′, Zartflöte 8′, Lieblich Gedackt 8′, Aeoline 8′, Flauto Dolce 4′.
Pedal: C – d1
Piano-Pedal: Violon 16′, Subbaß 16′, Cello 8′.
Forte-Pedal: Prinzipalbaß 8′, Quintbaß 5 1/3′, Octavbaß 4′, Posaune 16′, Trompete 8′.
Couplers: Hauptwerk – Oberwerk, Hauptwerk – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk.
Accessories: Calcant, Sperrventil I. Manual, Sperrventil II. Manual, Sperrventil Pedal.