Foto’s: Jan van der Male © 2009
Arp Schnitger heeft de opdracht tot het bouwen van dit mechanische sleepladen-orgel na de uitbreiding van het grote orgel in de Martinikerk te Groningen. Het is het oudste orgel van Schnitger in Nederland. Enkele registers uit het vorige orgel werden hergebruikt. Na de oplevering bleef het lange tijd ongemoeid.
In 1752 en in 1768 heeft Albertus Anthonie Hinsz grote reparaties uitgevoerd. Hij bouwde nieuwe windladen en ook werd in 1768 het snijwerk vervangen door nieuw lofwerk in de stijl van die tijd, gemaakt door Dirk Weyting. H.H. Freytag heeft een grotere verbouwing uitgevoerd in de jaren 1806-1809. Hierbij werd het front gewijzigd: er werden pedaaltorens gemaakt, en alle frontpijpen werden vernieuwd. Ook de draperieën werden in 1809 geschilderd. Van Oeckelen verving in 1855 vier registers door nieuwe.
In 1953-1955 werd het orgel echter door Cor Edskes en organist Simon Graafhuis gereconstrueerd in de toestand van 1809. Het nieuwe pijpwerk werd door de firma Stinkens gemaakt. In later jaren werkte Flentrop nog aan het orgel. Hij heeft de Bourdon 16′ weer teruggebracht tot een Quintadena. In 1983 begonnen Van Putten & Veger met werkzaamheden aan het orgel. De tongwerken werden voor een gedeelte gerestaureerd. In 1984 is het instrument in een Werckmeister-stemming III gestemd met aanpassingen door Harald Vogel.
Vanaf 1998 zijn er geregeld werkzaamheden uitgevoerd, maar een grote restauratie vond niet plaats. Zo werden in 1998 de registerplaatjes vernieuwd, met opschriften volgens het contract met Freytag uit 1806. Mense Ruiter heeft in 2001 de balgen gerestaureerd en het windkanaal vernieuwd. De in 1955 geplaatste registers op het Rugwerk zijn in 2002 door Mense Ruiter opnieuw geïntoneerd.
In 2014 is begonnen met een grote restauratie door Mense Ruiter onder waarbij Stef Tuinstra adviseur was. De eerste fase bestond uit het restaureren van de windladen en het herplaatsen van het pijpwerk. Op 9 mei 2015 werd het orgel weer in gebruik genomen met een concert dat gegeven werd door Leonore Lub, Stef Tuinstra en Peter Westerbrink. De Dulciaan 8′ is in 2022 geconstrueerd door Reil Orgelbouw. Deze was in 1924 gewijzigd.
In 2024 is begonnen met fondswerving om de drie registers uit 1955 te vervangen door nieuw pijpwerk, dat beter past bij het werk van Arp Schnitger. Het is de bedoeling dat het orgel in 2025 voltooid zal zijn. Bij de werkzaamheden is Henk de Vries adviseur.
De toonhoogte is ruim een halve toon boven 440 Hz. De winddruk is 85 mm.
De dispositie van het Schnitger (1696)/Hinsz (1768)/Freytag-orgel: (1809)
HOOFDWERK: C – c3 (49 TOETSEN)
Quintadena 16
Prestant 8
Holpijp 8
Octaaf 4
Fluit 4
Quint 3
Octaaf 2
Mixtuur 4-5 st. B/D
Trompet 8
Vox Humana 8
RUGPOSITIEF: C – c3 (49 TOETSEN)
Fluitdouce 8
Praestant 4
Fluit 4
Octaaf 2
Scherp 3-4 st.
Sesquialter 2-3 st.
Dulciaan 8
PEDAAL: C – d1 (27 TOETSEN)
Bourdon 16
Prestant 8
Gedekt 8
Octaaf 4
Bazuin 16
Trompet 8
Klaroen
Tremulant
KOPPELINGEN:
Manuaalkoppel – Schuifkoppel
Pedaal – Hoofdwerk
SPEELHULPEN:
Tremulant – Hele werk
3 afsluiters
| Vulstem | Samenstelling |
| Mixtuur IV-V sterk (Hoofdwerk) | C: 1′ – 2/3′ – 1/2′ – 1/3′. c°: 1 1/3′ – 1′ – 2/3′ – 1/2′. g°: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c’: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c”: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. |
| Sesquialter II-III sterk (Rugwerk) | C: 2/3′ – 2/5′. c°: 1 1/3′ – 4/5′. c’: 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′. |
| Scherp III-IV sterk (Rugwerk) | C: 1/2′ – 1/3′ – 1/4′. c°: 1′ – 2/3′ – 1/2′. c’: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c”: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. |






