Foto’s: Adriaan Kasteleijn
De dispositie van het David Kunst-orgel: (1991)
Manuaal: Aantal pijpen:
Praestant 4 54 lood/tin
Holpijp 8 B/D 54 lood/tin
Fluit 4 B/D 54 waarvan 7 in eiken
Nasard 3 B/D 54 lood/tin
Octaaf 2 54 lood/tin
Mixtuer 3 st. 1′ B/D 162 lood/tin
Pedaal:
Subbas 16 27 eiken
Bourdon 8
Koppel ped/man.
Inliggende tremulant
Het dikwandige metalen pijpwerk heeft een hoog loodgehalte en is
met de hand gehamerd en geschaafd.
Windvoorziening: enkelvoudige spaanbalg
Winddruk: 82 mm WK
Stemming: Bach-stemming naar Kellner 7 reine Quinten, 5 Wohltemperierte Quinten
Totaal aantal pijpen: 459

