Foto: böhringer friedrich, CC-BY-SA 2.5 (Wikimedia Commons)
In 1749 bouwde Joseph Mayer een nieuw mechanisch sleepladen-orgel voor de Katholische Pfarrkirche hl. Dreifaltigkeit in Schwarzenberg (Vorarlberg) Oostenrijk. Van dit instrument is alleen de orgelkas bewaard gebleven. Alois Schönach bouwde in 1869 een nieuw mechanisch sleepladen-orgel in de oude kas met 14 stemmen. Dit is in 1938 uitgebreid met 10 registers en omgebouwd tot pneumatische tractuur.
Na de restauratie van de kerk wenste men een nieuw orgel. Er werd door Martin Pflüger in 1984-1987 een nieuw mechanisch sleepladen-orgel gebouwd in de oude kas van 1749. Het kreeg 23 stemmen, 2 manualen en een vrij pedaal. Op 8 maart 1987 is het nieuwe instrument in gebruik genomen.
Dispositie:
Hauptwerk (C-g3): 56 toetsen Gedeckt 16′, Prinzipal 8′, Rohrflöte 8′, Viola da Gamba 8′, Oktav 4′, Spitzflöte 4′, Schwiegel 2′, Sesquialter 2 fach (2 2/3′) – halfdraw only 2 2/3′, Mixtur 4 fach (2′), Trompete 8′, Tremulant.
Brustwerk (C-g3): 56 toetsen Holzgedackt 8′, Prästant 4′, Bleigedackt 4′, Blockflöte 2′, Quint 1 1/3′, Hörnle 2 fach (1 3/5’+1′), Zimbel 3 fach (2/3′), Krummhornregal 8′, Tremulant.
Pedal (C-f1): 30 toetsen Subbaß 16′, Flötbaß 8′, Gedecktbaß 8′, Choralbaß 4′, Fagott 16′.
Koppelingen: Hauptwerk – Brustwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Brustwerk.
