Roeselare, Paters Redemptoristen, kapel

Foto’s en/of filmpjes gezocht:

Foto’s van dit orgel kunt u sturen naar info@orgelsite.nl

Op 11 september 1900 nam men in Roeselare (West-Vlaanderen) België, een nieuw orgel in gebruik in de kerk van de Paters Redemptoristen. Het instrument werd hierbij bespeeld door Ildefons Seghers en door de organist van de Kursaal te Oostende, Léandre Vilain. De firma Joseph Loncke & Zn. heeft in 1956 een nieuw elektropneumatisch kegelladen-orgel met 28 (27) stemmen, 2 manualen en een vrij pedaal gebouwd, mogelijk met gebruik van onderdelen van Anneessens. Het instrument werd hierna op 6 mei 1956 met een bespeling door Kamiel D’Hooghe weer in gebruik genomen.

Dispositie:

HOOFDWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Gedekt 16′, Prestant 8′, Open Fluit 8′, Altviool 8′, Holpijp 8′, Oktaaf 4′, Fluit 4′, Zwegel 2′, Vulwerk III sterk, Trompet 8′.
ZWELWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Zingend Gedekt 8′, Harmonische Fluit 8′, Gemshoorn 8′, Zweving 8′, Blokfluit 4′, Nazaard 2 2/3′, Woudfluit 2′, Terts 1 3/5′, Kornet V sterk – samengesteld, Cimbelstem III sterk, Fagot-Hobo 8′.
PEDAAL (C – f1) 30 TOETSEN: Open Bas 16′, Gedektbas 16′, Zachtbas 16′, Oktaafbas 8′, Gedekt 8′, Koraalbas 4′, Bazuin 16′.
KOPPELINGEN: Hoofdwerk – Zwelwerk, Hoofdwerk – Zwelwerk 16′, Zwelwerk – Zwelwerk 16′, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Zwelwerk.
SPEELHULPEN: Tremulant, 2 vrije combinaties, 4 vaste combinaties (p – mf – f – tutti), Tongwerken af, Mixturen af.