Afbeeldingen gezocht:
Afbeeldingen van dit orgel kunt u sturen naar info@orgelsite.nl
Voor de kapel van het Augustijnercollege in Roeselare (West-Vlaanderen) werd door Andries Jacob Berger omstreeks 1750 een nieuw orgel gebouwd. Het klooster moest in de Franse tijd worden gesloten, en het orgel werd beroofd van het binnenwerk. In het begin van de negentiende eeuw werden de gebouwen weer in gebruik genomen als Klein-Seminarie. De kapel werd ook hersteld en rond 1840 bouwde Pierre Van Peteghem (jr.) een nieuw mechanisch sleepladen-orgel met 16 stemmen, 2 manualen en een vrij pedaal, waarbij de kas van Berger zeer waarschijnlijk is hergebruikt.
Het orgel is in 1910 herbouwd door Jules Anneessens. Dit betekende een modernisering van het instrument, gebruik makend van zoveel mogelijk bestaande onderdelen. Op 27 juni 1910 is het hernieuwde orgel ingewijd. Het werd bij hierbij bespeeld door Adolphe De Graeve uit Brugge en Louis Van Houtte uit Ieper.
De kapel is tijdens de Eerste Wereldoorlog op 1 oktober 1918 door brand verwoest als gevolg van oorlogshandelingen. Het orgel is hierdoor geheel verloren gegaan.
Dispositie:
GRAND ORGUE: Bourdon 16′, Montre 8′, Bourdon 8′, Violon 8′, Prestant 4′, Flûte Écho 4′, Fourniture 3 rangs, Trompette 8′.
POSITIF: Diapason 8′, Bourdon 8′, Salicional 8′, Flûte Harmonique 4′, Quinte 3′, Doublette 2′.
PÉDALE: Sousbasse 16′, Flûte 8′.
KOPPELINGEN: Réunion des Claviers, Réunion du Grand Orgue au Pédalier, Réunion du Positif au Pédalier.