Woerden, Grote- of Sint Petruskerk, Hoofdorgel

Foto’s 1-6: Wim Verburg © 2002
Foto’s 7-18: Reinier van Eijk © 2024/2026

In 1672 ging door oorlogsgeweld het orgel van de Petruskerk volledig verloren. Bijna een eeuw lang stond er geen orgel meer in de kerk. J.H.H. Bätz heeft in de jaren 1766-1768 een nieuw mechanisch sleepladen-orgel, met 27 stemmen, twee manualen en een vrij pedaal. Het orgel kreeg geen Prestant 8′ op het hoofdwerk. Dit is te danken aan het feit dat er tijdens de bouw ingrijpende wijzigingen in het oorspronkelijke ontwerp zijn gemaakt. Zo plande Bätz op het Hoofdwerk een Prestant 8′ in plaats van de Prestant 16′ en een Bourdon 16′ in plaats van de Roerfluit 8′. Het orgel is op 5 mei 1768 in gebruik genomen. J.C. Friedrichs stemde het orgel in 1820 in een gelijkzwevende temperatuur. In 1836 werd het instrument geheel gereviseerd door Jonathan Bätz. Door achterstallig onderhoud en een slechte verhouding tussen de organist en verschillende orgelbouwers ging de conditie van het orgel flink achteruit. In 1889 was een grote restauratie nodig, die uiteindelijk werd uitgevoerd door Johan Frederik Witte.

De Woerdense orgelbouwer Vermeulen heeft het orgel in 1911 uitgebreid met een derde manuaal met 7 stemmen als zwelwerk. Dit zwelwerk werd op een mechanische sleeplade boven het hoofdwerk geplaatst. Om het te kunnen bespelen maakte Vermeulen nieuwe klavieren met vijf nieuwe koppelingen.

In 1939 heeft de firma Verweijs de Eoline van het zwelwerk vervangen door een Sesquialter. Verder plaatste hij de Vox Humana van het Hoofdwerk op de plaats van de Klarinet 8′. Op de vrijgekomen plaatst werd een Salicionaal 8′ gedisponeerd. Ook werd het pedaal uitgebreid met een Fluitbas 8′, die op een pneumatische lade achter het orgel werd geplaatst, evenals de Klarinet 8′.

In 1969 heeft een ingrijpende restauratie plaatsgevonden door de firma Van Vulpen onder advies van Lambert Erné en Monumentenzorg. Hierbij is de oorspronkelijke toestand van het orgel geheel gereconstrueerd. Van Vulpen heeft de spaanbalgen opnieuw beleerd, heeft de originele klavieren herplaatst (die nog bij Vermeulen waren opgeslagen) en de bakstukken hersteld (gekopieerd van de Lutherse Kerk, Den Haag) en een nieuw pedaalklavier (gekopieerd van Heukelum). De nieuwere verflagen werden van de registerknoppen verwijderd en in de oorspronkelijke indeling herplaatst. De kleur van de orgelkas werd hersteld na ontdekking van gevonden kleurfragmenten onder de registerplaten. Tenslotte is de Vox Humana op het Hoofdwerk herplaatst, en werd het Zwelwerk van Vermeulen en de kegellade van Verweijs verwijderd. Al het pijpwerk van Bätz was op één pijpje na nog aanwezig. De grootste pijp van de Flageolet 1 1/2′ is vervaardigd door J.F. Witte. Het geheel gerestaureerde orgel werd op 23 september 1971 weer in gebruik worden genomen waarbij het bespeeld werd door Hans Erné.

Op 3 september 2018 begon men met een nieuwe restauratie. Het werk werd gedaan door de firma Van Vulpen. Op 8 juni 2019 nam men het orgel weer in gebruik.

De stemmingstemperatuur is Kirnberger II, De winddruk is 82 mm.

Dispositie van het Johann Heinrich Hartmann Bätz-orgel: (1768)

MANUAAL (C – d3) 51 TOETSEN (HOOFDWERK): Prestant 16′ – vanaf d’ dubbelkorig, Quintadeen 8′, Roerfluyt 8′, Baardpyp 8′, Octaaf 4′, Fluyt 4′, Quint 3′ – discant dubbelkorig, Octaaf 2′ – discant dubbelkorig, Nagthoorn 2′, Mixtuur IV-VIII sterk (2′), Trompet 8′, Voxhumana 8′, Trambland tot Voxhumana (Werkt op hele Hoofdwerk).
RUGPOSITIEF (C – d3) 51 TOETSEN: Prestant 8′ – vanaf cis’ dubbelkorig, Holpyp 8′, Octaaf 4′, Fluyt 4′, Nasaat 3′, Superoctaaf 2′, Flageolet 1 1/2′, Cornet IV sterk (4′) – discant, Mixtuur III-VI sterk (1′), Trompet 8′, Trambland.
PEDAAL (C – d1) 27 TOETSEN: Bordon 16′, Prestant 8′, Octaaf 4′, Fagot 16′, Trompet 8′.
KOPPELINGEN: Manuaalkoppel (B/D), Hoofdwerk – Rugwerk, Pedaal – Manuaal.
SPEELHULPEN: Winduytlading, Afsluyting Manuaal, Afsluyting Rugpositief, Afsluyting Pedaal.

Vulstem Samenstelling
Mixtuur IV-VI-VIII sterk (Hoofdwerk) C: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c°: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. c’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 2′ – 1 1/3′ – 1 1/3′. c”: 4′ – 4′ – 2 2/3′ – 2 2/3′ – 2 2/3′ – 2′ – 2′ – 2′.
Mixtuur III-VI sterk (Rugwerk) C: 1′ – 2/3′ – 1/2′. c°: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c’: 2 2/3′ – 2′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. c”: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 2′ – 1 1/3′ – 1 1/3′.
Cornet IV sterk discant (Rugwerk) c’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′.