Den Haag (Loosduinen), Abdijkerk

Foto’s: Wim Verburg © 2007

U kunt hieronder klikken om de klank van het orgel te beluisteren:

De registers van het orgel
WV speelt 2 delen uit de Sonate D-Dur van CPE Bach
WV speelt Praeludium g-moll van D. Buxtehude
WV speelt eigen werk en van Walther

In de oude Abdijkerk van Loosduinen werd in 1780 een nieuw mechanisch sleepladen-orgel geplaatst door Joachim Reichner. In 1791 is door hem het rugpositief toegevoegd. Het orgel was geschonken door de heer C. Steengracht, en had bij oplevering tien stemmen. Op 20 augustus 1780 heeft de ingebruikname plaatsgevonden. De uitbreiding met het rugwerk werd niet uit deze schenking betaald. Op 19 november 1791 is het complete instrument in gebruik genomen. Het orgel had oorspronkelijk een aantal “keteltrommen” (pauken). Deze werden later verwijderd. De keteltrommen (pauken) waren oorspronkelijk beneden in de orgelkas geplaatst, maar kregen nu een plek bovenop het orgel.

In 1856 restaureerde C.G.F. Witte het orgel. Het grootste gedeelte van het pijpwerk werd vernieuwd, evenals de windlade van het Hoofdwerk en grote delen van de mechaniek. Op 21 november 1856 waren deze werkzaamheden voltooid en werd het instrument weer in gebruik genomen. De firma De Koff verving in 1941 het pedaalklavier door een nieuw exemplaar met een grotere omvang (C-f1). Omstreeks 1970 was duidelijk weer een restauratie nodig. De firma Flentrop kreeg de opdracht om de situatie van 1856 als uitgangspunt te nemen. Willem Hülsmann was daarbij adviseur. Er is een nieuw pedaalklavier gemaakt in de stijl van Bätz en er is een nieuwe windmotor geplaatst. De tremulant van het Rugwerk is hersteld. Op 1 juni 1975 nam men het orgel in gebruik met een bespeling door Ben Fey, die van 1961 tot 1969 organist van de kerk was.

In 2004 heeft de firma Steendam uit Roodeschool de opdracht gekregen het orgel te reviseren en het uit te breiden met een vrij pedaal met drie stemmen. Aart Bergwerff werd als adviseur benoemd. De werkzaamheden waren in 2006 gereed. Het pijpwerk van het pedaal is grotendeels nieuwgemaakt, maar de Gedekt 8′ is een register van Witte uit 1864, afkomstig van het afgebroken Witte-orgel van de Kloosterkerk in Den Haag. De kerkelijke ingebruikname vond plaats op zondag 27 augustus 2006. Op 8 september 2006 werd het orgel ook officieel in gebruik genomen. Aart Bergwerff verzorgde op deze dag een concert bij kaarslicht.

De oorspronkelijke dispositie (1791): 

HOOFDWERK: Praestant 8′, Holpijp 8′, Praestant 8′ (discant), Octaaf 4′, Praestant 4′, Quint 3′, Quint 1 1/2′, Cornet IV-V sterk (discant), Mixtuur V-VI sterk, Trompet 8′, Tremulant.
RUGWERK: Praestant 8′, Holpijp 8′, Praestant 8′ (discant), Octaaf 4′, Gemshoorn 4′, Roerquint 3′, Doublet 2′, Sexquialter III sterk (discant), Fagot 8′, Tremulant.
PEDAAL: aangehangen.
KOPPELINGEN: Manuaalkoppel (gedeeld).
SPEELHULPEN: twee afsluitingen, twee pauken.

De dispositie van het Reichner-orgel:  voor 2006

HOOFDWERK: Bourdon 16, Prestant 8, Holpijp 8, Octaaf 4, Fluit 4, Quint 3, Octaaf 2, Mixtuur II-III, Cornet V, Trompet 8.
RUGWERK: Prestant 8, Bourdon 8, Viola di Gamba 8, Octaaf 4, Fluit 4, Roerquint 3, Gemshoorn 2, Dulciaan 8.
PEDAAL: aangehangen.

Huidige dispositie van het Reichner-orgel, 1780: (met pijpwerk van Witte, 1856):

HOOFDWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Bourdon 16′ (B/D) – 1856, Prestant 8′, Holpijp 8′ – 1780/1856, Octaaf 4′ – 1780/1856, Fluit 4′, Quint 3′, Octaaf 2′, Cornet V sterk (8′) (discant) – 1856, Mixtuur II-III sterk (1 1/3′) – 1780/1856, Trompet 8′ (B/D) – 1856.
RUGWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Prestant 8′, Holpijp 8′, Viola di Gamba 8′, Octaaf 4′, Fluit 4′, Roerquint 3′, Gemshoorn 2′, Dulciaan 8′ (B/D) – 1856, Tremulant – 1975.
PEDAAL (C – d1) 27 TOETSEN: Subbas 16′ – 2006, Gedekt 8′ – 1864, Basson 16′ – 2006.
KOPPELINGEN: Manuaalkoppel, Pedaal – Hoofdwerk – 2006.
SPEELHULPEN: Calcant – 2006, Afsluiter Rugwerk.

Vulstem Samenstelling
Mixtuur II-III sterk (Hoofdwerk) C: 1 1/3′ – 1′. Fìs°: 2′ – 1 1/3′ – 1′. fìs°: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. fis’: 4′ – 2 2/3′ – 2′. fis”: 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′.